De WOR is jarig
Op 28 januari 1950 is de Wet op de ondernemingsraden ingevoerd. Daarom bestaat deze – inmiddels gewijzigde wet – nu 75 jaar. Tijd voor een overzicht over de totstandkoming van de wet en de belangrijkste wijzigingen die in deze 75 jaar zijn doorgevoerd.
1950
De WOR wordt ingevoerd en bedrijven met meer dan 25 werknemers moeten een ondernemingsraad instellen. Zorg, onderwijs en overheid vallen niet onder die verplichting, het gaat dus vooral om de marktsector waarvoor de wet is ingesteld. De OR had beperkte rechten, zoals het recht op informatie en het recht op advies. Omdat de bestuurder óók OR-lid en OR-voorzitter was is daardoor het overlegrecht een vanzelfsprekende zaak.
1971
De instellingsgrens voor het verplicht instellen van een ondernemingsraad gaat omhoog naar 100. En door een veranderde definitie van het begrip ‘onderneming’ valt de non-profitsector nu wel onder de WOR, onderwijs en overheid nog niet.
Het adviesrecht wordt uitgebreid, zodat de OR een adviesrol krijgt bij belangrijke veranderingen in de organisatie: inkrimpen of juist uitbreiden, anders organiseren e.d. Ook wordt het instemmingsrecht ingevoerd op werktijd- en vakantieregelingen, pensioenregelingen en op arbo-gebied. De OR krijgt een recht voor aanbeveling voor de Raad van Commissarissen bij beursgenoteerde vennootschappen. De huidige wet heeft nog steeds dezelfde aanhef als die van 28-1-1971.
1973
De ondernemingsraden krijgen een wettelijk recht op scholing. Het Gemeenschappelijk Begeleidingsinstituut Ondernemingsraden (GBIO) wordt opgericht. Het GBIO ontving van de overheid de financiële middelen om OR-cursussen te subsidiëren. De overheid verhoogde de belastingen voor de instellingsplichtige ondernemingen om daarmee het GBIO te betalen. In 2013 is de subsidieregeling – en daarmee ook het GBIO – afgeschaft.
1979
De belangrijkste wijziging is het feit dat de directeur niet langer onderdeel uitmaakt van de ondernemingsraad. De OR bestaat voortaan uitsluitend uit gekozen leden die in de onderneming werkzaam zijn. De OR heeft vervolgens overleg met de bestuurder die ‘als de hoogste dagelijkse leiding in de onderneming’ overleg heeft met de OR. Om te voorkomen dat een bestuurder zich niet kandidaat kan stellen voor de OR wordt in de WOR vastgelegd dat de bestuurder niet geacht wordt in de onderneming werkzaam te zijn. In de WOR wordt de overlegvergadering ingevoerd als het overleg tussen ondernemingsraad en bestuurder. Bevoegdheden worden verder uitgebreid, zoals het recht om ook ongevraagd te mogen adviseren en het adviesrecht bij benoeming en ontslag van de bestuurder.
In dit jaar wordt ook de procedure bij de Ondernemingskamer (OK) van het gerechtshof in Amsterdam ingesteld. De OK behandelt de geschillenprocedures op het gebied van het adviesrecht.
1982
De Wet Medezeggenschap in kleinere ondernemingen wordt ingevoerd. Daarmee is en OR mogelijk met minder bevoegdheden dan een gewone OR. De instelling is verplicht in ondernemingen met tussen de 35 en 100 werknemers.
1998
De overheid komt nu ook onder de WOR te vallen en daarom wordt het begrip ‘politiek primaat’ in de WOR geïntroduceerd. De OR gaat niet over de beslissingen die aan de democratisch gekozen organen (denk aan gemeenteraden, Provinciale Staten e.d.) is voorbehouden. In dit gevallen geldt het adviesrecht van de OR uitsluitend voor de personele gevolgen van het genomen besluit.
Vanaf dit jaar is de verplichte instellingsgrens verlaagd van 100 naar 50 medewerkers. Voor de kleinere ondernemingen (10 – 50 werknemers) is de instelling van een personeelsvertegenwoordiging (PVT) verplicht als de meerderheid van de werknemers dit wil. De Wet Medezeggenschap in kleinere ondernemingen uit 1982 wordt weer afgeschaft.
2005
Het wetsvoorstel ‘Wet medezeggenschap werknemers’ (Wmw)wordt – wegens gebrek aan draagvlak – door de minister ingetrokken. Met dit voorstel wordt werkgevers- en werknemers de mogelijkheid geboden zelf afspraken te maken over hoe zij de medezeggenschap in de onderneming willen regelen. Ook wordt het mogelijk om met instemming van de ondernemingsraad (OR) de bevoegdheden van de OR te beperken. Verder vinden door de Wmwde verkiezingen voor ondernemingsraden voortaan in één bepaalde week in het jaar plaats.
2013
Het handtekeningvereiste in de verkiezingsprocedure komt te vervallen. Tot die tijd moesten de niet-vakbondsleden handtekeningen verzamelen van hun collega’s om zich kandidaat te mogen stellen voor de OR.
2016
De OR krijgt instemmingsrecht op het instellen en wijzigen van een klokkenluidersregeling voor het melden van een maatschappelijke misstand. De OR krijgt uitgebreidere instemmingsrechtbevoegdheden voor de pensioenregelingen.
2018
Er moet ten minste eenmaal per jaar in de overlegvergadering gesproken worden over de beloningsverhoudingen in ondernemingen met 100 of meer werknemers. Natuurlijk moet de OR daarvoor ook informatie over die beloningsverhoudingen ontvangen.
2022
Er ontstaat passief en actief kiesrecht als werknemers ten minste drie maanden in de onderneming werkzaam zijn. Voor ingeleende werknemers ontstaan die rechten als ze ten minste 18 maanden in de onderneming werkzaam zijn. Daardoor kunnen werknemers zich sneller kandidaat stellen voor de OR en daarvoor hun stem uitbrengen.
2023
Een negatieve accountantsverklaring moet door de accountant rechtstreeks naar de ondernemingsraad worden gestuurd.
In 2023 zijn de resultaten van een nalevingsonderzoek van de WOR gepubliceerd. Daaruit blijkt dat 31 procent van de ondernemingen geen OR heeft, terwijl dat wettelijk gezien wel zou moeten. Ook is er een internetconsultatie gehouden om de wet te verbeteren en moderniseren. De WOR zal dus vast nog wel een keer gewijzigd worden, al zijn er geen concrete veranderingen en data afgesproken.
- Alle wijzigingen (vanaf 1979) in de WOR bekijken? Klik hier
- Juridische ondersteuning nodig bij de toepassing van de WOR? Stuur een e-mail
- Als OR aan de slag met de wettelijke spelregels van de medezeggenschap? Stuur een e-mail
