Vijftien minuten opstartwerkzaamheden is werktijd
Een groepsfitnessinstructrice verzoekt haar werkgever om alle 15 minuten die ze voor aanvang van haar lessen onbetaald aanwezig moest zijn voortaan uit te betalen en dat ook nog over de afgelopen jaren te doen. De werkgever betaald wel een bedrag, maar zegt dat onverplicht te doen. Al met al is het niet genoeg en wordt de kantonrechter om een oordeel gevraagd.
Aanleiding
De instructrice is in 2021 in dienst gekomen. Het bedrijfsreglement verplicht om een kwartier voor aanvang van de lessen aanwezig te zijn. Daarnaast is een studieovereenkomst gesloten voor de opleiding Les Mills Bodypump. De werkneemster vraagt om de kwartieren voor aanvang van de lessen uit te betalen en ook de tijd voor verplichte scholing en kwartaalbijeenkomsten voor de opleiding Les Mills uit te betalen als werktijd. Om een erkende Les Mills-instructrice te blijven moeten jaarlijks verplicht lessen worden gevolgd. De werkgever betaald wel een bedrag, maar dat is niet voldoende. De werknemer wil vergoeding van alle kwartieren die ze voor aanvang van de lessen aanwezig is geweest en een vergoeding voor de verplichten lessen die ze heeft moeten volgens minus het al betaalde bedrag.
Oordeel kantonrechter
De werkgever komt met een steekproef van de kloktijden van de werknemer. Ze is in drie van de negentien groepsleggen minder dan 15 minuten van tevoren aanwezig geweest. De kantonrechter ziet daar geen voldoende onderbouwing in dat de 15 minutenregel een dode letter was. De instructrice heeft voldoende onderbouwd dat er voorafgaand aan de lessen enige opstarttijd nodig is, zodat lessen op tijd beginnen en eindigen. De werkgever betoogt tevergeefs dat er tussen de lessen geen tijd nodig is voor de voorbereiding omdat die direct op elkaar volgen. De rechter ziet dat echter niet terug in de roosters.
Eerdere jurisprudentie wordt gevolgd
De kantonrechter gaat ervan uit dat er 15 minuten nodig is om op te starten. De werkgever mag daar geen loonmatiging op toepassen, maar de wettelijke verhoging van de bedragen wordt op nihil gesteld, omdat de werkgever pas door recente jurisprudentie kan weten dat verplichte opstarttijd tot werktijd gerekend moet worden (zie ‘Verplichte opstarttijd is werktijd’).De kantonrechter geeft ook het advies om als werkgever en werknemer(s) afspraken te maken wat over wat als ‘tijdig’ in het bedrijfsreglement verstaan moet worden.
Omdat de lessen voor de Les Mills-kwalificatie verplicht gevolgd moeten worden zijn tijd en kosten voor die scholing voor rekening van de werkgever. Ze krijgt daarvoor ook zes uur aan voorbereidingstijd per jaar.
Commentaar
De uitspraak van de kantonrechter benadrukt nogmaals dat alle scholing die verplicht is om bevoegd en bekwaam te blijven voor de functie die een werknemer uitvoert in arbeidstijd gevolgd moet kunnen worden en dat de kosten daarvan voor de werkgever zijn. Ook wordt nog eens duidelijk dat de verplichte aanwezigheid voorafgaand aan de dienst ook werktijd is. In dit geval is het reglement gewijzigd door de bepaling ‘de medewerker dient ervoor te zorgen tijdig aanwezig te zijn voor aanvang van de dienst’ op te nemen. Zo’n bepaling vraagt om moeilijkheden als dat ‘tijdig’ voor velerlei uitleg vatbaar is. Maak daar dan ook duidelijke afspraken over.
Gebruikelijk is dat over een periode van vijf jaar nog achterstallig salaris kan worden gevraagd.
- Zelf de uitspraak van de kantonrechter lezen? Klik hier
- Juridische hulp nodig bij arbeidstijden of scholingsregelingen? Stuur een e-mail
- Als OR aan de slag met arbeidstijden of scholingsregelingen? Stuur een e-mail
