Lagere pensioenregeling na overgang binnen concern bleef in stand
Een lagere pensioenregeling na een overgang van onderneming binnen het XPO-concern bleef bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in stand. Volgens het hof was geen sprake van misbruik van recht. Bij dat oordeel woog mee dat de ondernemingsraad betrokken was bij de nieuwe arbeidsvoorwaardenregeling en werknemers tijdig waren geïnformeerd.
Harmonisatie binnen XPO
XPO wilde vanaf 2018 de arbeidsvoorwaarden van verschillende Nederlandse concernonderdelen harmoniseren. In samenspraak met de OR van XPO Logistics Nederland werd een nieuwe entiteit opgericht: XPO III. Kort voor de overgang van activiteiten op 1 juli 2019 kreeg deze vennootschap een eigen pensioenregeling. Daarna gingen ongeveer 800 werknemers van andere groepsmaatschappijen over naar XPO III.
FNV en CNV stelden in een collectieve actie dat XPO III geen beroep mocht doen op de pensioenuitzondering bij overgang van onderneming. Volgens de bonden was een veel goedkopere regeling ingevoerd en werd de wettelijke regeling misbruikt, met aanzienlijk nadeel voor werknemers. De kantonrechter wees hun vorderingen af; het hof deed dat in hoger beroep ook.
Geen misbruik van recht
Het hof keek kritisch naar de constructie, onder meer omdat XPO III pas kort voor de overgang was opgericht en aanvankelijk geen werknemers of activiteiten had. Toch waren harmonisatie en kostenbesparing volgens het hof te respecteren bedrijfsbelangen. Een materiële verslechtering van het pensioen is op zichzelf onvoldoende om uit te gaan van misbruik van recht. De wetgever heeft onderkend dat toepassing van deze uitzondering voor werknemers nadelig kan uitpakken.
Ook kwam de regeling niet uit de lucht vallen: dezelfde pensioenregeling gold al voor ongeveer 400 werknemers bij een ander XPO-onderdeel. Verder vond het hof het proces zorgvuldig. De OR trad op als onderhandelingspartner, mede vanwege de beperkte organisatiegraad van de bonden. Via OR-nieuwsbrieven en bijeenkomsten op alle locaties kregen werknemers informatie over de veranderende arbeidsvoorwaarden en de aanpak. Het aanbod van de nieuwe regeling was bovendien tijdig gedaan.
Aandachtspunten voor de OR
De uitspraak betekent niet dat iedere verslechtering bij een overgang geoorloofd is. De omstandigheden van het geval en de toepasselijke pensioenuitzondering blijven bepalend. Voor een OR die bij harmonisatie wordt betrokken, zijn vooral deze vragen van belang: – Welke regeling geldt vóór en na de overgang, en wat zijn per werknemersgroep de financiële gevolgen? – Welk bedrijfsbelang dient de wijziging en welke alternatieven zijn onderzocht? – Welke formele rol heeft de OR, en is er voldoende tijd en deskundigheid voor een afgewogen oordeel? – Wanneer en hoe ontvangen werknemers volledige en begrijpelijke informatie?
- Lees hier de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 20 januari 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:105.
- Advies of begeleiding nodig bij de rol van de OR tijdens harmonisatie? Neem contact op.
- Juridische vragen over pensioen of overgang van onderneming? Neem contact op.
