Hoger verzuim vraagt om zicht op werkdruk en bezetting
Het ziekteverzuim kwam in het eerste kwartaal van 2026 uit op 5,8 procent. Dat is volgens het CBS even hoog als een jaar eerder, maar hoger dan het langjarig gemiddelde van 5,0 procent vanaf 1996. Over heel 2025 steeg het verzuim voor het eerst na twee jaren van daling.
Verzuim verschilt sterk per sector en organisatie
Van de werknemers die in 2025 verzuimden, noemde 55 procent griep, verkoudheid of een andere virusinfectie als belangrijkste reden voor het meest recente verzuim. Psychische klachten, overspannenheid of een burn-out werden door 9 procent genoemd. Verder zei 23 procent dat het werk geheel of gedeeltelijk een rol speelde. Binnen deze groep werd werkdruk het vaakst als oorzaak genoemd: 28 procent.
De gemiddelden lopen uiteen. Organisaties met honderd of meer werknemers hadden in het eerste kwartaal een verzuim van 6,8 procent, tegenover 2,8 procent bij organisaties met minder dan tien werknemers. De gezondheidszorg kende met 8,2 procent het hoogste sectorverzuim. Zulke verschillen maken een vergelijking met alleen het landelijke gemiddelde onvoldoende.
Aandachtspunten voor de OR
Vraag niet alleen naar het totale verzuimpercentage, maar ook naar verschillen per afdeling, functie en locatie, de duur en ontwikkeling van het verzuim en de uitkomsten van de risico-inventarisatie. Leg die informatie naast bezetting, vacatures, overwerk, gemiste pauzes en personeelsverloop.
Bespreek vervolgens welke oorzaken aantoonbaar zijn en welke preventieve maatregelen in het plan van aanpak komen. Let daarbij op concrete doelen, verantwoordelijken en evaluatiemomenten. Een hoog percentage is een signaal voor nader onderzoek, maar bewijst op zichzelf niet waardoor medewerkers uitvallen.
- CBS over het ziekteverzuim in het eerste kwartaal van 2026.
- Ondersteuning nodig bij het beoordelen van werkdruk, bezetting en het plan van aanpak? Neem contact op.
- Juridische vragen over de rol en bevoegdheden van de OR bij arbeidsomstandigheden? Neem contact op.
