Wijziging WOR als gevolg van Wet loontransparantie

Op 19 januari 2026 heeft het demissionaire kabinet het wetsvoorstel voor de Wet loontransparantie ter advies aan de Raad van State aangeboden. Dit wetsvoorstel omvat ook een aantal wijzigingen aan de WOR. De belangrijkste wijziging is die aan Artikel 27, lid 1, onderdeel c.

Wijziging instemmingsrecht

Het huidige onderdeel c luidt: “een belonings- of een functiewaarderingssysteem”. Deze formulering voldoet niet meer bij de invoering van de Wet loontransparantie. Daarin wordt gesproken van een ‘systeem voor functiewaardering en -indeling’. De OR krijgt met de nieuwe formulering instemmingsrecht bij iedere voorgenomen invoering, wijziging of intrekking van een beloningssysteem of een systeem voor functiewaardering en -indeling. Wat hier precies onder verstaan wordt, wordt in de WOR verder uitgewerkt. Deze uitwerking bevat onder meer dat ook de criteria en de manier van omgaan met ongerechtvaardigde verschillen onder het instemmingsrecht vallen. Ook voor de PVT heeft deze wijziging gevolgen. Artikel 35c wordt aangepast in dezelfde lijn.

Informatierecht

Ook Artikel 31d, lid 1 wordt aangepast. Daaraan wordt toegevoegd dat de ondernemingsraad door de directie geraadpleegd moet worden over de juistheid van de informatie “over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per verschillende groepen van de in de onderneming werkzame personen”. Hiermee krijgt de OR recht op specifiekere informatie omtrent loontransparantie.

Ga in gesprek over loontransparantie

Hoewel de nieuwe Wet loontransparantie pas op 1 januari 2027 in werking treedt, is het goed om als OR nu al in gesprek te gaan met de directie over loontransparantie. Het gaat hierbij niet alleen over instemmingsrecht, maar ook over de opdracht voor de OR om gelijke behandeling van mannen en vrouwen te bevorderen binnen de onderneming. Zet het onderwerp dus op de agenda bij een overlegvergadering.