Veilig onderzoek begint met een zorgvuldige opdracht

Regeringscommissaris Mariëtte Hamer wil de kwaliteit, zorgvuldigheid en onafhankelijkheid van onderzoek naar (seksueel) grensoverschrijdend gedrag beter borgen. In een advies van 28 mei 2026 aan de minister van Justitie en Veiligheid doet zij dertig aanbevelingen voor wetgeving, deskundigheid, toezicht en klachtenbehandeling.

Het gaat om een advies, niet om geldende nieuwe regels. Organisaties kunnen de voorgestelde aanbevelingen al wel gebruiken bij het voorbereiden en beoordelen van onderzoek.

Niet iedere melding vraagt om onderzoek

Volgens Hamer kiezen organisaties onder tijdsdruk soms te snel voor onderzoek. De opdrachtgever, meestal de werkgever, moet eerst zorgvuldig vaststellen wat er speelt, welke stappen al zijn gezet en of een minder ingrijpende interventie passend kan zijn. Denk aan bemiddeling of begeleiding door een vertrouwenspersoon.

Hamer adviseert daarnaast een verplichte voortoets door het onderzoeksbureau. Daarin moet het bureau onder meer het gerechtvaardigde belang, de proportionaliteit, de subsidiariteit en de eigen deskundigheid beoordelen. Ontbreekt de benodigde expertise, dan moet de opdracht worden aangepast, geweigerd of doorverwezen.

Persoonsgericht onderzoek vraagt andere waarborgen

Het advies maakt nadrukkelijk onderscheid tussen persoonsgericht onderzoek en cultuuronderzoek. Persoonsgericht onderzoek is herleidbaar tot personen en valt onder de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Cultuuronderzoek richt zich op patronen en structuren en valt daar niet onder.

Hamer stelt voor om voor complexe persoonsgerichte onderzoeken specialisaties, verplichte nascholing en herregistratie in te voeren. Ook moeten onderzoeksrapporten beter toetsbaar worden, met een duidelijke onderzoeksvraag en methode, een scheiding tussen bevindingen en conclusies en een verantwoording van hoor en wederhoor. Voor toezicht en klachtenbehandeling adviseert zij een nieuwe organisatie en verplichte aansluiting van onderzoeksbureaus bij een externe klachtencommissie.

Aandachtspunten voor de OR

De OR kan bij het beleid rond sociale veiligheid nagaan hoe de organisatie onderzoek voorbereidt en welke waarborgen vooraf zijn vastgelegd. Zo richt de OR zich niet op de beoordeling van individuele meldingen, maar op een zorgvuldig protocol. Relevante vragen zijn: – Is het duidelijk wanneer onderzoek passend is en wanneer een andere interventie voorrang krijgt? – Wordt vooraf gekozen tussen cultuuronderzoek en persoonsgericht onderzoek, en is geregeld wat er gebeurt als de onderzoeksvorm tijdens het proces verschuift? – Hoe worden deskundigheid en onafhankelijkheid van bureau en onderzoekers beoordeeld? – Krijgen melder en beschuldigde heldere informatie over procedure, termijnen, hoor en wederhoor en klachtenmogelijkheden?