FNV dwingt naleving cao af ondanks eerdere schorsing door rechter

De naleving van cao’s is regelmatig onderwerp van juridische procedures. In een recente zaak, waarin vakbond FNV een centrale rol speelde, leidde dat tot twee opeenvolgende uitspraken: eerst een kort geding in 2024 en daarna een uitspraak in hoger beroep in 2026. Samen geven deze uitspraken een duidelijk beeld van hoe streng rechters omgaan met cao-naleving en pogingen om uitvoering van vonnissen uit te stellen.

FNV sprak twee met elkaar verweven transportbedrijven aan op het niet naleven van de cao Beroepsgoederenvervoer. De kantonrechter gaf FNV gelijk en veroordeelde de bedrijven tot naleving en nabetaling. Toen de bedrijven die verplichtingen niet direct uitvoerden, liet FNV beslag leggen om naleving af te dwingen.

Kort geding 2024: tijdelijke schorsing van uitvoering

In 2024 oordeelde de voorzieningenrechter dat de uitvoering van het eerdere vonnis tijdelijk mocht worden geschorst. De rechter vond dat de bedrijven voldoende aannemelijk hadden gemaakt dat onmiddellijke uitvoering grote financiële risico’s met zich meebracht, waaronder een mogelijk faillissement.

Daarbij speelde mee dat er nog inhoudelijke discussie was over de toepassing van de cao en de juiste inschaling van werknemers. De voorzieningenrechter vond dat FNV op dat moment onvoldoende concreet had gemaakt waarom onmiddellijke uitvoering noodzakelijk was.

Hoger beroep 2026: schorsing teruggedraaid

In 2026 komt het gerechtshof tot een ander oordeel. Het hof bekrachtigt het oorspronkelijke vonnis: de cao is van toepassing en moet worden nageleefd.

Daarnaast oordeelt het hof dat de uitvoering van het vonnis niet had mogen worden geschorst. De bedrijven hebben onvoldoende onderbouwd dat hun belang zwaarder weegt dan dat van FNV en de betrokken werknemers. Dat er financiële gevolgen zijn, is op zichzelf onvoldoende, zeker als die samenhangen met eerdere niet-naleving.

Ook maakt het hof duidelijk dat de feitelijke werkzaamheden bepalend zijn voor de werkingssfeer van de cao. Pogingen om onder een andere cao te vallen, moeten goed worden onderbouwd. Dat was hier niet het geval.

Betekenis voor de OR

Deze zaak laat zien dat vakbonden actief toezien op naleving van cao’s en bereid zijn om die via de rechter af te dwingen. Voor de OR betekent dit dat signalen over mogelijke afwijkingen serieus genomen moeten worden.

De OR heeft op grond van artikel 28 WOR een rol in het bevorderen van naleving van arbeidsvoorwaarden. Deze uitspraak onderstreept dat het niet naleven van cao-afspraken kan leiden tot ingrijpende maatregelen, zoals nabetalingen en beslaglegging.


  • Meer lezen over deze uitspraak? Lees hier het arrest in hoger beroep.
  • Wat kan de OR met cao-naleving en arbeidsvoorwaarden? Neem contact op.
  • Juridische vragen over cao-toepassing of procedures? Neem contact op.