Overleg over arbobeleid wordt concreter en beter handhaafbaar

De Arbowet wordt aangepast via de Verzamelwet SZW 2026. De kern van de wijziging is dat het overleg over arbeidsomstandigheden tussen werkgever en werknemersvertegenwoordiging concreter wordt vastgelegd in de wet en beter handhaafbaar wordt. Daarmee krijgt het arbodossier een stevigere positie in de dagelijkse praktijk van medezeggenschap.

Artikel 12 Arbowet verandert

Centraal staat de wijziging van artikel 12 Arbowet. Dit artikel krijgt een nieuwe titel en inhoud, waarin expliciet wordt vastgelegd dat de werkgever de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging moet raadplegen over het arbeidsomstandighedenbeleid én de uitvoering daarvan. Het gaat nadrukkelijk om actief overleg en informatie-uitwisseling, waarbij de OR het recht heeft voorstellen te doen. Als er geen OR of PVT is, moeten de belanghebbende werknemers worden geraadpleegd.

Nieuw is ook dat artikel 12, tweede lid, concreet opsomt welke onderwerpen in ieder geval in dit overleg aan bod moeten komen. Het gaat onder meer om:

  • de aanwijzing van bedrijfshulpverleners;
  • de risico-inventarisatie en -evaluatie;
  • de organisatie van deskundige bijstand;
  • de arbodienst;
  • de doeltreffende inlichting van werknemers over de te verrichten
    werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s.

Overleg wordt afdwingbaar

Daarnaast wordt artikel 27, vijfde lid Arbowet aangepast: artikel 12, eerste en tweede lid wordt expliciet opgenomen in de bepalingen waarop een eis tot naleving kan worden gebaseerd. Daarmee wordt het verplichte overleg over arbobeleid niet alleen normerend, maar ook afdwingbaar. Ook artikel 33, eerste lid Arbowet wordt aangepast, waardoor de Arbeidsinspectie kan handhaven wanneer het verplichte overleg niet of onvoldoende plaatsvindt. Dat maakt de regels niet alleen duidelijker, maar ook afdwingbaar.

Betekenis voor de OR

Voor ondernemingsraden betekent deze wetswijziging een versterking van de positie bij het arbobeleid. Waar overleg eerder soms vrijblijvend bleef, is nu helder vastgelegd waarover overleg moet plaatsvinden en dat dit structureel moet gebeuren. De OR kan zich daarbij beroepen op concrete wetsartikelen.

Belangrijk is ook dat de wet benadrukt dat arbobeleid niet alleen gaat over plannen op papier, maar juist over de uitvoering in de praktijk. Het expliciete recht om voorstellen te doen geeft de OR ruimte om signalen van de werkvloer in te brengen en verbeteringen af te dwingen.

Wat kan de OR doen

Deze wetswijziging is een goed moment om het arbobeleid te herijken. Vragen die daarbij passen zijn:

  • Is het overleg over arbobeleid structureel georganiseerd?
  • Worden alle onderwerpen uit artikel 12 Arbowet besproken?
  • Zijn de RI&E en afspraken actueel en vastgelegd?
  • Worden voorstellen van de OR serieus opgepakt?