Werkgevers trekken regels thuiswerken aan

Onderzoek door werkgeversvereniging AWVN laat zien dat werkgevers strikter worden bij het uitvoeren van het thuiswerkbeleid binnen hun organisatie. Medewerkers worden daardoor met meer klem gevraagd om regelmatig en op afgesproken dagen op kantoor te verschijnen. De werkgevers spreken vervolgens hun medewerkers daar nadrukkelijker op aan als die zich niet aan de striktere regels houden. Het onderzoek is het vijfde in de jaarlijkse reeks naar hybride werken en thuiswerken.

Vrijblijvendheid vervalt

De keuze van werknemers om al dan niet thuis te werken wordt in de ondernemingen ingeperkt; de vrijblijvendheid rond thuiswerken is aan het verdwijnen. Werkgevers vinden weliswaar dat thuiswerken een middel is om het werk doelmatig gedaan te krijgen én voor de werknemers om mogelijkheden te geven werk en privé te combineren. Werkgevers stellen nu meer grenzen aan het thuiswerken. Vanuit het werkgeversperspectief gezien wordt het thuiswerken volwassen.
Maar er zitten ook grenzen aan het thuiswerken, vinden werkgevers. Zij stellen daarom steeds nadrukkelijker eisen.

Verplicht naar kantoor

Opvallend t.o.v. de eerdere onderzoeken is dat werkgevers hun medewerkers verplichten een aantal dagen per week naar het werk te komen. Zo’n 78 procent van de werkgevers doet dat inmiddels. Voorheen waren werkgevers nog terughoudend met het opleggen van een verplicht aantal ‘aanwezigheidsdagen’. Bij de verplichting om naar het werk te komen gaat het vooral over de naleving van de al gemaakte afspraken, omdat het aantal afgesproken kantoordagen in de praktijk niet werd gehaald. Bij 90 procent van de bedrijven wordt het thuiswerkbeleid met werknemers (of hun vertegenwoordiging) overlegd.

Meer grip op naleving afspraken

Het lijkt bij deze ‘verplichting’ vooral te gaan om het naleven van eerder gemaakte afspraken. Werkgevers geven aan dat het aantal afgesproken kantoordagen in de praktijk vaak niet werd gehaald. Werkgevers geven in ruime meerderheid (90 procent) aan veranderingen in het thuiswerkbeleid met hun medewerkers te overleggen. De OR heeft daarom een belangrijke rol bij het vaststellen, wijzigen of intrekken van de regelingen voor het thuiswerken.
Werkgevers willen graag dat medewerkers elkaar regelmatig op kantoor zien, vanwege de sociale cohesie, bedrijfscultuur, binding, elkaar zien en spreken, (efficiënt) samenwerken en het inwerken van nieuwe medewerkers.

Gevolg van de coronacrisis

Het thuiswerken is een gevolg van de coronacrisis waardoor werknemers massaal thuis zijn gaan werken. Bij 97 procent van de ondernemingen uit het onderzoek blijkt dat (een deel van) hun medewerkers regelmatig thuis of op een andere locatie werkt. Bij 55 procent van de werknemers gaat het om hybride werken: deels op de werklocatie en deels thuis of elders. Er is geen sprake van toe- of afname van het thuiswerken ten opzichte van vorige onderzoeken. Gemiddeld werken werknemers met een voltijdswerkweek twee dagen per week thuis. Vrijdag blijft de populairste dag om thuis te werken, gevolgd door de woens- en maandag.

Thuiswerkvergoeding

Zo’n 79 procent van de werkgevers geeft een thuiswerkvergoeding. In 2024 was dat nog 70 procent. Meestal is de vergoeding de maximaal fiscaal vrijgestelde van € 2,40 euro per dag. Naar verwachting wordt dat € 2,45 per dag in 2026.

Rol OR

De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht bij het vaststellen, wijzigen of intrekken van de regelingen voor het thuiswerken. Daarbij gaat het vooral om de gewijzigde arbeidsomstandigheden. In een eerder artikel is toelichting gegeven op de uitspraak van de kantonrechter over gewijzigd thuiswerkbeleid.

Het AWVN-onderzoek is beschikbaar voor de leden van AWVN.