Uitzendkracht al 13 jaar onafgebroken aan het werk
De Hoge Raad kwam er onlangs aan te pas om een uitspraak te doen in een zaak tussen de margarinefabrikant en een uitzendkracht. De kwestie ging over de tijdelijkheid van het uitzendcontract dat inmiddels al 13 jaar duurde. Eerder vonden kantonrechter en – in hoger beroep – het gerechtshof de lange duur van de inlening door de fabrikant gerechtvaardigd vanwege de behoefte aan een flexibele schil door de onderneming.
Geen sociaal plan voor uitzendkrachten
Toen de margarinefabriek in 2021 aankondigde te gaan sluiten, deed een algemeen productiemedewerker die al 13 jaar in de fabriek aan het werk was een beroep op het sociaal plan dat met vakbonden voor de sluiting was afgesproken. Hij meende recht te hebben op dat sociaal plan, ook al had hij een contract met het uitzendbureau, terwijl het sociaal plan niet van toepassing was op ingeleende arbeidskrachten. Hij vroeg de kantonrechter te verklaren dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en er sprake zou zijn van misbruik vanwege het verbod uit de Europe Uitzendrichtlijn door het tijdelijke karakter van het uitzenden te omzeilen door het steeds weer, of voor hele lange tijd, een uitzendkracht ter beschikking te stellen bij dezelfde onderneming. In Nederland is de Uitrichtlijn neergelegd in art. 8 Wet Allocatie Arbeidskrachten (Waadi).
Kantonrechter en gerechtshof
Bij zowel kantonrechter als gerechtshof kreeg de uitzendkracht geen gelijk. Een uitzendtermijn van 13 jaar wijst weliswaar mogelijk op misbruik, maar de werkgever betoogde dat de werknemer nodig was voor de flexibele schil om de fluctuaties in de productie te kunnen opvangen. Van een algemene permanente situatie zou geen sprake zijn, omdat er wel andere uitzendkrachten een vaste arbeidsovereenkomst met de werkgever hebben gesloten.
Hoge Raad
De Hoge Raad wijst op uitspraken die door het Hof van Justitie van de EU in 2020 en 2022 zijn gedaan, waaruit duidelijk wordt dat de Europese Uitzendrichtlijn alle lidstaten van de EU verplicht om passende maatregelen te nemen die er voor zorgen dat uitzendarbeid bij dezelfde opdrachtgever voor een uitzendkracht geen permanente situatie wordt en het tijdelijk karakter te waarborgen.
Wanneer er precies sprake is van een permanente situatie hoeft niet door elke lidstaat te worden vastgesteld; bij problemen is er de rechtspraak van het land om in concrete gevallen aan de hand van alle toepasselijke omstandigheden vast te stellen of er sprake kan zijn van misbruik. De rechter moet onderzoeken of er sprake kan zijn van omzeiling van een van de bepalingen van de Richtlijn, vooral wanneer het steeds dezelfde uitzendkracht betreft.
Misbruik uitsluiten
Volgens de Hoge Raad is er sprake van misbruik van de uitzendovereenkomst wanneer de duur van de activiteit van de uitzendkracht bij de inlenende onderneming langer is dan wat normaal gesproken redelijkerwijs als ‘tijdelijk’ kan worden gezien, en… voor de daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling geen objectieve verklaring wordt gegeven.
Bij het oordeel moeten de relevante omstandigheden mee worden gewogen en wordt er met name gekeken worden naar de specifieke kenmerken van de sector en of de duur van de inhuur langer is dan wat redelijkerwijs als tijdelijk kan worden aangemerkt. Niet belangrijk is of er sprake is van achtereenvolgende opdrachten of dat er alleen maar sprake is van een hele lange opdracht.
Objectieve rechtvaardiging
De Hoge Raad oordeelt, anders dan kantonrechter en Hof, dat de algemene behoefte van de margarinefabriek aan een flexibele schil geen goede objectieve verklaring is voor het 13 jaar gebruikmaken van een uitzendkracht, als er blijkbaar tijdens die 13 jaar onafgebroken behoefte was aan de inschakeling van de productiemedewerker.
De uitspraak van het Hof gaat niet in op het standpunt van de productiemedewerker dat voor terbeschikkingstelling van zo’n lange tijd een striktere misbruiktoets aangelegd zou moeten worden, die onderzoekt of het inlenen nog wel geschikt en noodzakelijk was om aan de behoefte aan een flexibele schil te voldoen. Daarom is de uitspraak van het Hof vernietigd en terugverwezen naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling.
Hoelang is tijdelijk
Deze uitspraak geeft meer duidelijkheid over de uitspraken van het Europese Hof voor wat de tijdelijkheid van uitzenden in Nederland betekent. Er is Nederlandse wetgeving in de maak die daar meer duidelijkheid in moet bieden, zodat kan worden voldaan aan de opdracht uit de Richtlijn om de tijdelijkheid te waarborgen. Naar verwachting zal dat geen absolute maximale termijn zijn, dus kan alsnog de rechter in voorkomende gevallen ge- of misbruik moeten afwegen.
Commentaar
Het lang inhuren van een uitzendkracht is niet rechtstreeks in strijd met de Uitzendrichtlijn, maar dat wordt het wel als een uitzendkracht gedurende langere tijd als flexibele medewerker wordt ingezet, dan kan dat wijzen op misbruik. Het argument van de flexibele schil zoals door de werkgever is aangedragen is dan niet voldoende als gedurende 13 jaar er werk blijkt te zijn voor de uitzendkracht. In dat geval had hij een vaste aanstelling moeten krijgen.
Het komt vaker voor dat uitzendkrachten gedurende langere tijd in een onderneming werkzaam zijn. Sommige cao’s verplichten de werkgever om na twee jaar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden, maar uitzendkrachten accepteren dat aanbod niet altijd omdat ze daardoor uit de huisvesting die door het uitzendbureau is geregeld moeten vertrekken en andere woonruimte – gezien de krapte op de woningmarkt – niet voorhanden is.
- Zelf de uitspraak van de Hoge raad lezen? Klik hier
- Juridische ondersteuning nodig bij de inhuur van uitzendkrachten? Stuur een e-mail
- Als OR aan de slag met het personeelsbeleid en de flexibele schil? Stuur een e-mail
