Instemmingsrecht OR bij aanstelling vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon maakt een belangrijk onderdeel uit van het sociaal beleid van de onderneming. De aanstelling van een vertrouwenspersoon zorgt voor een adres voor medewerkers met klachten over grensoverschrijdend gedrag en andere klachten. De rol van de OR bij de benoeming van een vertrouwenspersoon is nog niet duidelijk in de wettelijke regels vastgelegd. Dat wordt anders als het wetsvoorstel voor instemmingsrecht voor de OR is aangenomen. Al met al treuzelt de overheid met de invoering van de wet, want al in het voorjaar van 2020 is gestart met de internetconsultatie van het voorstel.

Regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden

Op dit moment is in de Wet op de ondernemingsraden (WOR) nergens expliciet vermeld dat de OR instemmingsrecht heeft bij de aanstelling van een in- of externe vertrouwenspersoon. Het aanstellen van een vertrouwenspersoon valt onder een ‘regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden’, net als bijvoorbeeld de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) of het contract met de arbodienst. De OR heeft instemmingsrecht bij het instellen, intrekken of wijzigen van de regeling(en). De vertrouwenspersoon moet jaarlijks een verslag over de werkzaamheden opstellen dat ook naar de ondernemingsraad moet worden gestuurd.

Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel om het aanstellen van een vertrouwenspersoon te verplichten moet nog door de Eerste Kamer worden aangenomen. De Tweede Kamer ging al op 23 mei 2023 akkoord met het wetsvoorstel. Door de wijziging in de Arbeidsomstandighedenwet krijgen OR en de PVT expliciet instemmingsrecht bij de aanstelling van de vertrouwenspersoon en zorgt voor duidelijkheid over de rol die de OR daarbij heeft. Lid 4 van artikel 13a van de Arbeidsomstandighedenwet zegt dan het volgende: ‘Indien in het bedrijf of de inrichting van de werkgever een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is ingesteld, geschieden de keuze voor de vertrouwenspersoon en diens positionering alsmede de verlenging en beëindiging van diens aanstelling met instemming van die ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging’.
Daardoor krijgen OR en PVT instemmingsrecht op de keuze voor de vertrouwenspersoon, de positie van de vertrouwenspersoon in de onderneming en bij de verlenging en de beëindiging van diens aanstelling. Als er niet wordt ingestemd is de werkgever verplicht om bij de kantonrechter vervangende toestemming te vragen.


  • Wetsvoorstel van 23-5-2023 lezen? Klik hier
  • Brochure ‘Ongewenste omgangsvormen’ van de Nederlandse Arbeidsinspectie downloaden? Klik hier
  • Juridische ondersteuning nodig bij het beleid voor de vertrouwenspersoon? Stuur een e-mail
  • Als OR aan de slag met de aanstelling van een vertrouwenspersoon? Stuur een e-mail