OR wil dat rechter geheimhouding opheft

De bestuurder kan aan de ondernemingsraad geheimhouding opleggen. In dit geval gaat het om een aanbestedingsprocedure voor een vervoersconcessie van een vervoersbedrijf. De OR neemt zijn vertegenwoordigende taak serieus en wil overleg kunnen hebben met achterban en vakbonden daarover, dus vragen ze opheffing van de geheimhouding daarvoor. Als de bestuurder dat niet wil opheffen wordt het een zaak bij de kortgedingrechter.

Aanleiding

De vervoersorganisatie is nu concessiehouder voor het openbaar vervoer in de regio Arnhem en Nijmegen. Als de concessie afloopt, zijn er vier scenario’s mogelijk:

  • De concessie blijft behouden.
  • Het concern schrijft zich in voor de nieuwe concessie met een andere entiteit.
  • Een andere externe partij wint de concessie.
  • Werknemers gaan over naar ander concernonderdeel.

De ondernemer kiest voor inschrijving voor de nieuwe concessie via een andere entiteit, maar nog wel binnen het concern. Als de concessie gegund wordt gaan alle werknemers over naar die andere entiteit. De OR krijgt een adviesvraag over de aanbesteding en er wordt vanwege de concurrentiegevoeligheid van de informatie geheimhouding opgelegd tot er uitslag is over de gunning van de concessie. De ondernemingsraad wil overleg kunnen voeren met zijn achterban en de betrokken vakbonden. Daarvoor moet de geheimhouding worden opgeheven omdat de OR dan in staat is om een zorgvuldig advies te geven op het voorgenomen besluit en daarin de mening van de achterban te betrekken. De bestuurder wil de geheimhouding niet opheffen, zodat de OR aan de kortgedingrechter vraagt de geheimhouding op te heffen.

Oordeel kantonrechter

Uit eerdere rechtelijke uitspraken is duidelijk dat een het inschrijven voor een concessie van voldoende omvang een adviesplichtige aangelegenheid is. Daarom is het terecht dat de OR om advies wordt gevraagd. De kortgedingrechter vindt dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het om bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie gaat. Het gaat om informatie die van belang kan zijn voor concurrerende vervoersbedrijven die ook willen inschrijven op de concessie. In de weging welke belangen het zwaarst wegen ziet de rechter dat het belang van de OR minder zwaar weegt dan het belang van de vervoerder om zijn voorgenomen besluiten vertrouwelijk te houden en dat geldt voor achterban én vakbonden. Tegelijkertijd ziet de kortgedingrechter dat de OR ondanks de geheimhouding wel kan adviseren, omdat de ondernemer wel akkoord is gegaan met het bespreken van de vier mogelijke scenario’s met de achterban onder de voorwaarde dat de voorkeur van de ondernemer niet bekend wordt gemaakt.

Commentaar

Het komt niet zo vaak voor dat een OR aan de rechter vraagt om opheffing van de geheimhouding. In dit geval heeft de OR het nodig gevonden om achterban én bonden over de scenario’s te raadplegen. De rechter weegt vervolgens de belangen van ondernemer en OR tegen elkaar af. Door de concurrentiegevoelige informatie slaat de balans door in het voordeel van de ondernemer. In een zaak uit 2007 oordeelde de Ondernemingskamer (OK) (12 maart 2007, ARO 2007/64, JAR 2007/108, ROR 2007/20, RO 2007/45) dat de ondernemer te ver was gegaan in het opleggen van geheimhouding. In deze zaak overweegt de Ondernemingskamer bijvoorbeeld dat het opleggen van geheimhouding met betrekking tot een door de OR geaccepteerd concept sociaal plan onaanvaardbaar is. Het gaat dan over de gevolgen voor het personeel van het te nemen besluit en volgens de OK is de OR door de geheimhouding verhinderd een wezenlijk onderdeel van zijn taak in het kader van het recht op medezeggenschap en het adviesrecht doelmatig te vervullen.


  • Zelf de uitspraak lezen? Klik hier
  • Juridische ondersteuning nodig bij adviesaanvragen en achterbanraadpleging? Neem contact op
  • Als OR aan de slag met adviesaanvragen en achterbanraadpleging? Neem contact op