Europese richtlijn EOR herzien

Op 9 oktober 2025 heeft het Europees Parlement ingestemd met de herziening van de richtlijn voor de Europese ondernemingsraad (EOR). Door het besluit wordt de rol van EOR’s  versterkt en zorgt ervoor dat de stem van werknemers binnen multinationale ondernemingen die in heel Europa actief zijn, goed wordt gehoord.

Na goedkeuring hebben de lidstaten drie jaar de tijd om de nieuwe regels in nationaal recht om te zetten, wat betekent dat ze vanaf 2028 van toepassing kunnen zijn. Na de stemming heeft het Europees Vakverbond (EVV) de EU-lidstaten opgeroepen om hun goedkeuring snel te bevestigen, zodat de herziening formeel kan worden aangenomen. De herziene richtlijn biedt sterkere rechten, duidelijkere regels en eerlijkere voorwaarden voor zowel EOR-leden als management.

Verbeteren kost tijd

Het doel van de herziening is om EOR’s eenvoudiger op te richten, beter gefinancierd te maken en effectiever te beïnvloeden bij bedrijfsbeslissingen over grensoverschrijdende zaken zoals fusies, herstructureringen en outsourcing. Het zorgt voor zinvoller overleg, tijdige toegang tot informatie en sterkere rechten voor werknemersvertegenwoordigers. Alle maatregelen dragen bij ​​aan eerlijkere en transparantere besluitvormingsprocessen binnen multinationale ondernemingen.

Belangrijkste verbeteringen

Twee persoonlijke vergaderingen per jaar

    EOR’s hebben straks recht op ten minste twee persoonlijke plenaire vergaderingen per jaar, tenzij beide partijen anders overeenkomen. Daardoor wordt een directe dialoog mogelijk. Persoonlijke vergaderingen versterken het vertrouwen, verbeteren het begrip van complexe bedrijfsstrategieën en creëren ruimte voor echte en constructieve uitwisseling.

    Eerder en zinvoller overleg

    De herziene richtlijn bevat een ruimere definitie van ’transnationale’ aangelegenheden. Daardoor komen meer onderwerpen binnen de bevoegdheid van de EOR te vallen, inclusief alle ontwikkelingen in het ene land die waarschijnlijk gevolgen hebben voor werknemers in een ander land. En niet onbelangrijk: het management moet nu schriftelijk reageren op het advies van de EOR vòòrdat het een definitief besluit neemt. Overleg moet tijdig gevoerd worden om als EOR de uitkomsten daadwerkelijk te kunnen beïnvloeden.

    Duidelijkheid over financiering en middelen

    De richtlijn vereist nu expliciet dat het centrale management alle redelijke kosten dekt die nodig zijn om de EOR effectief te laten functioneren. Daarbij gaat het om de kosten voor training voor EOR-leden en leden van de Bijzondere Onderhandelingsgroep (BOG), deskundige en juridische bijstand (mits vooraf aangemeld) en reis- en vergaderkosten. Deze duidelijkheid moet onnodige discussies over de kosten voorkomen en EOR’s in staat stellen zich vooral te richten op het versterken van hun expertise en invloed.

    Einde van verouderde overeenkomsten

    Alle oude of vrijgestelde EOR-overeenkomsten – overeenkomsten die zijn ondertekend vóór de inwerkingtreding van de eerste richtlijn – verliezen hun vrijstellingsstatus. Bedrijven zullen over nieuwe overeenkomsten onderhandelen die moeten voldoen aan de bijgewerkte normen. Dit biedt veel EOR’s de kans om hun regelingen te moderniseren en af ​​te stemmen op de huidige situaties en praktijken.

    Genderevenwicht en sterkere bescherming

    De nieuwe richtlijn bevordert een groter genderevenwicht in de EOR en moedigt aan om te streven naar een vertegenwoordiging van ten minste 40% van elk geslacht. De richtlijn verbetert ook de rechtsbescherming van EOR-leden en waarborgt hun recht om vrij te communiceren met de werknemers die zij vertegenwoordigen.

    Handhaving en sancties

    Lidstaten moeten nu effectieve en afschrikkende sancties vaststellen voor schendingen van het recht op informatie en raadpleging. Hoewel het Europees Parlement geen recht voor EOR’s heeft opgenomen om bedrijfsbesluiten te blokkeren, zouden deze sterkere handhavingsbepalingen het gemakkelijker kunnen maken om bedrijven ter verantwoording te roepen.

    Kortere onderhandelingstermijnen

    De periode om over een nieuwe EOR-overeenkomst te onderhandelen voordat de ‘subsidiaire vereisten’ automatisch van toepassing zijn, wordt teruggebracht van drie jaar naar twee jaar. Als binnen die twee jaar geen overeenstemming wordt bereikt, dan treden de standaardbepalingen – zoals het recht op twee jaarlijkse vergaderingen en de financieringsverplichtingen – automatisch in werking.

    Inpassen in nationaal recht

    Elk land heeft nu drie jaar de tijd om de nieuwe bepalingen in nationaal recht om te zetten. Gedurende deze periode worden EOR’s en het management gestimuleerd om alvast hun huidige overeenkomsten te evalueren en de onderdelen vast te stellen die aanpassing behoeven, de gevolgen van de herziene richtlijn te bespreken en zich voor te bereiden op uitgebreidere rechten op consultatie, training en financiering.


    • Zelf de ‘European Parliament legislative resolution of 9 October 2025’ lezen? Klik hier
    • Juridische ondersteuning nodig voor de EOR? Neem contact op
    • Als EOR aan de slag met de vernieuwde Europese Richtlijn? Neem contact op