Geen deeltijdontslag voor OR-lid

Een werkneemster is als pedagogisch medewerkster werkzaam bij een peuteropvang-organisatie. De werkgever draait financieel slecht en wil al het personeel voor een beperkt aantal uren ontslaan waarbij geen afspiegelingsbeginsel wordt toegepast. De werkneemster is óók OR-lid en komt bij de kantonrechter in verweer tegen het deeltijdontslag, omdat die ook haar OR-uren betreffen.

Aanleiding

Financieel draait de stichting die de peuteropvang aanbiedt slecht. De werknemers werken groepsgebonden uren (werken in de peutergroep) en taakgebonden uren (bijvoorbeeld de gesprekken met ouders). De werkgeefster heeft aan het UWV gevraagd om alle arbeidsovereenkomsten met de pedagogisch medewerkers gedeeltelijk op te zeggen door een evenredige vermindering van het aantal taakuren. Het UWV weigert toestemming om dat te doen, omdat er niet is afgespiegeld. Bij afspiegeling wordt voor uitwisselbare functies een ontslagvolgorde per leeftijdscategorie vastgesteld.
De werkgeefster wil dat de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden dan wel geheel wordt ontbonden met de voorwaarde voor een nieuwe arbeidsovereenkomst met behoud van anciënniteit voor de resterende uren.

Oordeel van de kantonrechter

De werkgeefster toont in voldoende mate bij de kantonrechter aan dat het niet goed gaan met de onderneming en er noodzaak is om voor 6,59 fte te bezuinigen. Er is gekozen om die uren over de taakuren van alle pedagogisch medewerkers te verdelen, omdat een volledig ontslag van 6,59 fte het sluiten van groepen en mogelijk locaties zou betekenen. Het zou dan gaan om het ontslag van zo’n 10 medewerkers. Daardoor zou de onderneming nog meer in de financiële problemen komen, want als er minder groepen zijn, dan zijn er ook minder inkomsten. Er is dus duidelijk gekozen voor minder kosten voor het personeel bij gelijk blijvende dienstverlening aan de ouders en kinderen.

Praktische onuitvoerbaarheid

De kantonrechter gaat mee in de stellingname van de werkgeefster. Die stellingname wordt onderbouwd door de praktische onuitvoerbaarheid van afspiegeling bij deeltijdontslag, want werknemers met hoge afspiegelingsrechten verliezen relatief veel – maar niet meer dan vier uur – taakuren, terwijl werknemers met lage afspiegelingsrechten betrekkelijk weinig – namelijk slechts enkele minuten aan – taakuren moeten inleveren. Het gevolg van dit afspiegelen in taakuren zou zijn dat sommige medewerkers na de verlaging een negatief aantal taakuren overhouden ofwel juist meer of minder taakuren hebben dan noodzakelijk is. Dit is geen werkbare oplossing voor werkgever.

OR-lid heeft geen taakuren

De werkneemster werkt 24 uur per week op de groep en heeft geen taakuren. Daarom is deeltijdontslag niet aan de orde. Dat wordt mogelijk anders als ze geen OR-lid meer is uit eigen keuze of als ze niet wordt herkozen. Indien nodig kan de werkgeefster bij beëindiging van het OR-lidmaatschap opnieuw een verzoek tot deeltijdsontslag voor de taakuren indienen.

Commentaar

De kantonrechter wijkt gemotiveerd af van de beleidsregels voor ontslag bij economische redenen van het UWV. De werkgeefster heeft het doel gehad om zowel te bezuinigen als een medewerkers te verliezen, omdat zo’n verlies direct gevolgen voor de omzet zou hebben gehad.
Voor het OR-lid is niet zozeer de ontslagbescherming voor OR-kandidaten en OR-leden uit het Burgerlijk Wetboek aan de orde, maar is het feit dat ze geen taakuren heeft de reden dat er geen sprake is van deeltijdontslag.


  • Zelf de uitspraak van de kantonrechter lezen? Klik hier
  • Juridische hulp nodig bij ontslag of deeltijdontslag? Stuur een e-mail
  • Als OR aan de slag met reorganisatie en (deeltijd)ontslag? Stuur een e-mail