Geen vervangende toestemming voor nieuw dienstrooster

Het lijkt een traditie te zijn dat er altijd wel een OV-bedrijf met zijn OR in de clinch ligt over de invoering van een dienstrooster. Er is dan ook veel jurisprudentie die bij de kantonrechter is ontstaan als OR en bestuurder er samen niet uitkomen. In dit geval vroeg het vervoersbedrijf bij de kantonrechter om vervangende toestemming, maar… kreeg die niet.

Wat eraan vooraf ging

OV-bedrijf Qbuzz valt onder de cao voor het OV. In de cao is een gemiddelde én maximale arbeidsduur vastgesteld met maar een beperkte mogelijkheid om hiervan af te wijken. De werknemers van het eerder overgenomen Gemeentelijk Vervoerbedrijf Utrecht (GVU) hadden een eigen cao, maar er werd bij de overname van de onderneming afgesproken dat ook op hen de cao OV van toepassing zou worden. De vakbonden maakten toen een afwijkende afspraak over de gemiddelde arbeidsduur. Qbuzz wijkt echter af van deze maximaal toegestane arbeidsduur af in de roosters voor de voormalige GVU-chauffeurs. De OR gaf al tweemaal eerder geen instemming voor zo’n afwijkend rooster.

OR roept nietigheid in

In 2024 wil Qbuzz weer een nieuw rooster invoeren voor de voormalige GVU-chauffeurs en wijkt opnieuw af van de maximale arbeidsduur met een flexibele standplaats. De OR verleent geen instemming op dit instemmingsverzoek, omdat het in strijd is met de cao en de overgangsafspraken van de GVU-chauffeurs. Omdat Qbuzz het rooster toch invoert, roept de OR tijdig nietigheid in. Qbuzz stapt vervolgens naar de kantonrechter om daar voor het dienstrooster vervangende toestemming te vragen.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter moet in zijn oordeel twee factoren betrekken. De eerste factor is de vraag of de OR onredelijk is geweest door niet in te stemmen met een redelijk voorstel. De twee factor is de vraag of er daadwerkelijk zwaarwegende omstandigheden bestaan die het besluit noodzakelijk maken.
Van een onredelijke OR is geen sprake. De OR beroept zich op de afspraken uit cao en overgangsafspraken voor de GVU-chauffeurs. Daarnaast heeft de OR de wettelijke taak (artikel 28 van de WOR) om de regels en afspraken op het gebied van de arbeidsvoorwaarden te bevorderen.
De kantonrechter vindt ook dat er geen sprake is van een zwaarwegend belang. Dat kunnen belangen zijn op -economische, -organisatorische of bedrijfssociale aard. Het belang van het OV-bedrijf om de kosten beheersbaar te houden is onvoldoende zwaarwegend in verhouding tot het belang van de OR voor de naleving van een belangrijke cao-bepaling. Qbuzz mag het rooster dan ook niet toepassen.

Commentaar

In praktische zin heeft de uitspraak van de kantonrechter over het betwiste rooster geen enkele waarde. De uitspraak is gedaan op 18-12-2024 terwijl het rooster op 14-12-2024 afgelopen is.
De zaak toont wel aan dat bij het invoeren van de roosters de instemming van de OR moet worden gevraagd en de OR daarbij zich ook moet vergewissen dat deze roosters niet in strijd zijn met de cao en Arbeidstijdenwet en -besluit. Duidelijk is ook dat een OR die daarom terecht bezwaar maakt tegen een rooster dat daarmee in strijd is bij de kantonrechter een gewillig oor vindt.


  • Zelf de uitspraak van de kantonrechter lezen? Klik hier
  • Juridische ondersteuning nodig bij arbeidsvoorwaarden en arbeidstijden? Stuur een e-mail
  • Als OR aan de slag de bevorderende taak voor de naleving van de arbeidsvoorwaarden en arbeidstijden? Stuur een e-mail