Verdiepend onderzoek naar niet-instellen van OR

In december 2023 is het rapport over de naleving van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) gepubliceerd. Daaruit bleek dat bij 31 procent van de ondernemingen die een OR hadden moeten instellen dat niet het geval is geweest. Demissionair minister Van Gennip heeft aanvullend onderzoek laten doen naar de redenen voor het niet instellen van een ondernemingsraad.

Weloverwogen keuze

Een deel van de werkgevers maakt een weloverwogen keuze om geen ondernemingsraad in te stellen. Ze verwachten dat de kosten en risico’s niet opwegen tegen de voordelen die een OR mogelijk zal hebben. Ze verwachten tragere besluitvorming, meer kans op het lekken van vertrouwelijke informatie en een beperkte meerwaarde voor de onderneming.

Vooral voor de kleinere bedrijven kunnen de kosten voor een ondernemingsraad oplopen. Zo zal in een onderneming met 50 medewerkers 10 procent van zijn personeel OR-lid worden (OR van 5 leden). Heeft de ondernemer 500 werknemers, dan (afgerond) is 2 procent van het personeel OR-lid in een OR van 11 personen. De kosten voor scholing zijn voor wat de cursuskosten betreft hetzelfde, al is er wel een verschil in de verblijfskosten tijdens de cursus.

Aanpak ondernemers

Ui het aanvullend onderzoek blijkt dat ondernemers op verschillende manieren omgaan met het niet-instellen van een ondernemingsraad:

  1. Communicatie: een deel van de werkgevers levert niet of nauwelijks inspanningen om de mogelijkheden om een OR in te stellen onder de aandacht van het personeel te brengen.
  2. Behoefte peilen: uit de gesprekken blijkt dat sommige werkgevers niet of beperkt onderzoeken of werknemers daadwerkelijk geen behoefte hebben aan een OR. In plaats daarvan zien zij een gebrek aan initiatief als voldoende bewijs dat animo voor een or ontbreekt.
  3. Motiveren: werkgevers verschillen in de manieren waarop zij werknemers motiveren – of juist demotiveren – om initiatief te tonen voor de instelling van een OR. Sommige werkgevers werken het oprichten van een OR zelfs actief tegen door de werknemers ervan te overtuigen dat het niet in hun voordeel zal werken.

Medezeggenschap anders vormgeven

Werkgevers vinden dat er hoge kosten aan de instelling van een OR verbonden zijn. Ze geven aan dat ze op andere manieren invulling weten te geven aan een vorm van medezeggenschap die beter aansluit bij de behoeften van zowel werknemers als de werkgever. Maar weinig werkgevers onderzoeken actief of werknemers daadwerkelijk geen behoefte hebben aan een OR. In plaats daarvan zien zij een gebrek aan initiatief van het personeel als het harde bewijs dat er geen behoefte is aan een ondernemingsraad. De WOR bepaalt dat de ondernemer verantwoordelijk is voor het instellen van een ondernemingsraad en daartoe zijn medewerkers moet informeren en motiveren. Dat laatste wordt vaak niet uitgevoerd.

‘We willen wel, maar hebben geen tijd’

Sommige werkgevers zijn wél bereid om een OR in te stellen, maar worden door praktische belemmeringen tegengehouden. Het instellen van een OR vraagt om kennis, tijd en middelen en dat is niet altijd beschikbaar.

Wordt vervolgd

Het ministerie van SZW ontwikkelt (extra) beleidsmaatregelen om de naleving van de WOR bevorderen. De minister vindt het belangrijk dat werknemers gebruik kunnen maken van hun grondwettelijk recht op medezeggenschap en dat de werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen en een OR instellen.


  • Zelf het Nalevingsonderzoek lezen? Klik hier
  • Zelf de brief over het verdiepend onderzoek naar de naleving van de WOR lezen? Klik hier
  • Juridische ondersteuning nodig bij het instellen van een ondernemingsraad of het vormgeven aan de medezeggenschap? Neem contact op
  • Als OR aan de slag met het organiseren van verkiezingen (COR/GOR/OR/OC) of het vormgeven aan de medezeggenschap? Neem contact op