Vervangende toestemming kantonrechter

Het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam wil voortaan Goede Vrijdag als collectieve vrije dag laten vervallen. De vrijgekomen vakantie-uren wil de werkgever aan werknemers toekennen als flexibel op te nemen vakantie-uren. Maar als de OR niet instemt met dit voorgenomen besluit komt de kantonrechter eraan te pas om daarover een oordeel te geven.

Wat eraan voorafging

In de cao is een aantal feestdagen aangewezen waarop de medewerkers (in vaste roosterdienst) standaard vrij zijn. Goede Vrijdag valt daar niet onder. Het AMC is daarvan afgeweken door Goede Vrijdag wel als vaste vrije dag aan te wijzen. De beoogde wijziging komt erop neer dat Goede Vrijdag niet langer een algemene feestdag is voor de medewerkers van het AMC die in vaste roosters werken. Ze krijgen daarvoor in de plaats 7,2 extra vrije uren die zij zelf flexibel kunnen opnemen. Aan de OR wordt om instemming gevraagd. De instemming komt er niet. Als argument wordt door de OR de uitkomst van de achterbanraadpleging naar voren gebracht. Ze zien die uitkomst als bindend voor de OR en blijven dan ook vasthouden aan het onthouden van instemming. De OR ziet ook dat medewerkers geen keuze krijgen bij andere christelijke feestdagen. Uit de enquête blijkt ook dat wanneer werknemers op een andere geloofsfeestdag vrij wil nemen, dit soms niet toegestaan wordt. Door het niet-instemmen van de OR stapt de bestuurder naar de kantonrechter om vervangende toestemming te vragen.

Oordeel kantonrechter

De bestuurder ziet het standpunt van de OR om niet in te stemmen als onredelijk. Ze zien ook dat de door de OR georganiseerde enquête niet zwaarwegend kan zijn gezien de geringe opkomst en de nipte meerderheid voor behoud van de vaste vrije dag op Goede Vrijdag. Daarnaast vindt de bestuurder dat de OR het belang van de organisatie, in dit geval de harmonisatie van beleid na het samengaan van VUmc en AMC, niet heeft meegewogen in zijn oordeel. 
De kantonrechter neemt in zijn oordeel ook de belangen van de werkgever mee, zoals de al bestaande roosterproblemen en de toenemende druk op andere afdelingen (zoals de spoedeisende hulp) vanwege de vierdaagse sluiting die het gevolg is van de ‘extra’ vaste vrije dag, Goede Vrijdag en Tweede Paasdag zijn immers dan vrije dagen. Ook de harmonisatie van beleid van fusiepartners VUmc en AMC wordt meegewogen. De kantonrechter oordeelt dat AMC een redelijk belang heeft bij de beoogde wijziging.
Daarentegen heeft ook de OR-belang bij het onthouden van zijn toestemming. Dat besluit wordt voor de OR ondersteund door de uitslag van de achterbanraadpleging. Er is door maar 22% van het personeel gereageerd. Verder is het verschil in uitkomst te mager (50,6% tegen en 49,3% voor) om daar, zonder verdere motivering, het onthouden van instemming aan te verbinden. De OR  dient in zijn overwegingen ook de belangen van de onderneming mee te wegen. Dat is niet blijkbaar gebeurd.
De belangafweging valt in het voordeel van de bestuurder uit en de kantonrechter geeft vervangende toestemming voor het opheffen van Goede Vrijdag als collectieve vrije dag.

Commentaar

De mening van de achterban is een belangrijk argument bij het beoordelen van een voorgenomen besluit. Daarbij doet de OR er verstandig aan om zich niet op voorhand te committeren aan de uitslag van een enquête, maar ook andere belangen in zijn oordeel te betrekken. Denk aan de belangen van de onderneming, van cliënten, van aandeelhouders en dergelijke. De OR is er immers niet voor het personeel, maar namens het personeel.


  • Zelf de uitspraak van de kantonrechter lezen? Klik hier
  • Juridische ondersteuning nodig bij het arbeidstijdenbeleid? Neem contact op
  • Als ondernemingsraad aan de slag met het arbeidstijden en roosters? Neem contact op