Op grond van de noodmaatregelen vanwege de coronacrisis mochten werkgevers aan hun werknemers de gebruikelijke vaste reiskostenvergoeding blijven betalen, ondanks het feit dat die werknemers die reiskosten niet maakten omdat er thuis gewerkt werd. Die uitzondering om door te betalen is nu opnieuw verlengd tot 1 juli 2021.

Voor het toepassen van de noodmaatregel is het van belang dat de werkgever vóór 13 maart 2020 akkoord is gegaan met de vaste reiskosten en de andere vaste kostenvergoedingen en er daardoor een onvoorwaardelijke recht op die vergoeding bestond. Vooralsnog stopt op 1-7-2021 deze uitzondering. Eerder zou de uitzondering per 1-1-2021 stoppen en werd verlengd tot 1-4-2021. Nu zijn daar nog weer 3 maanden bijgekomen.

Na 1-7-2021 geen reiskosten als er thuis gewerkt wordt

De werkgevers moeten vanaf 1-7-2021 het reispatroon van de werknemers vastleggen. Voor de Belastingdienst moet voldaan worden aan de 36 weken of 128 dagen-eis om nog een vaste vergoeding te mogen geven en werkgevers kunnen ook de kosten voor woon-werkverkeer voor de werkelijk gereisde dagen vergoeden. Vanaf 1-7 2021 kunnen werkgevers geen vergoeding meer geven aan het personeel voor de kleine kosten.

Aandachtspunt voor de OR

Het is maar de vraag of het programma waarmee de werkuren en dagen van het personeel geregistreerd wordt voorziet in de mogelijkheid om per dienst te noteren of er voor woon/werk gereisd is. Als daarvoor het programma moet worden aangepast is daarvoor de instemming van de ondernemingsraad nodig. Het programma registreert de persoonsgegevens van medewerkers en voor het wijzigen van zo’n regeling is de instemming van de OR nodig (WOR, artikel 27, 1e lid, onderdeel k). De werkgever heeft – indien nodig – drie maanden extra tijd om de regeling – met instemming van de OR -aan te passen.


  • Zelf de Staatscourant lezen met het bericht over het verlengen van de vaste reiskostenvergoeding? Klik hier
  • Als OR aan de slag met de reiskosten en thuiswerkregeling? Stuur een mail