Welk oordeel heeft de kantonrechter als de bestuurder vervangende instemming vraagt voor het aanpassen van secundaire arbeidsvoorwaarden, terwijl de bestuurder daar al een besluit over genomen heeft zonder de instemming van de OR af te wachten?

Wat speelt er?

De arbeidsvoorwaarden van een stichting worden (deels) vastgesteld in overleg met o.a. de ondernemingsraad van de stichting. Na onderzoek van de accountant blijkt dat er jaarlijks voor meer dan 200.000 euro extra aan loonbelasting afgedragen moet worden, omdat er meer dan 1,2 procent van de loonsom aan vrije ruimte van de Werkkostenregeling (WKR) wordt besteed. De OR krijgt een instemmingsverzoek om in te stemmen met het terugbrengen van die vrije ruimte. Er is door de stichting overleg gevraagd met de OR over het aantal vrijstellingen van schoolgeld voor kinderen van medewerkers. De bestuurder kondigt twee instemmingsverzoeken aan, waaronder een over het terugbrengen van de secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar… vervolgens kondigt de bestuurder aan dat besloten is om deze secundaire arbeidsvoorwaarden terug te brengen tot € 207.000 per jaar. De ondernemingsraad roept nietigheid in, omdat het besluit genomen is zonder dat de OR daarmee heeft ingestemd en de instemmingsprocedure niet is doorlopen.

Oordeel van de kantonrechter

OR en bestuurder verschillen niet van mening dat de bestuurder aan de OR om instemming heeft verzocht voor zijn voorgenomenbesluit de WKR aan te passen. Ook staat vast dat dit besluit vervolgens is door de bestuurder is genomen zonder dat er instemming van zijn OR was en evenmin via de kantonrechter vervangende toestemming is verkregen. Het besluit is genomen terwijl er nog overleg tussen stichting en OR gaande was.
De ondernemingsraad heeft binnen de wettelijke termijn van één maand nietigheid ingeroepen en heeft van de kantonrechter gelijk gekregen. Er is immers een besluit genomen zonder de instemming van de OR, terwijl die wel vereist was.
De stichting probeert in deze zitting direct vervangende toestemming aan de kantonrechter te vragen, maar daarvan kan geen sprake zijn. Als de kantonrechter daarin mee zou zijn gegaan, dan zou elke ondernemer rechtstreeks vervangende toestemming aan de kantonrechter kunnen vragen zonder daarover – in het kader van een instemmingsverzoek – overleg met de ondernemingsraad te voeren.
In dit geval moet dus eerst opnieuw een instemmingsverzoek aan de OR worden gedaan en moet de OR de gelegenheid krijgen om daar wel of niet mee in te stemmen. Stemt de OR – gemotiveerd en wel – niet in, dan kan de stichting naar de kantonrechter om vervangende toestemming te vragen.

Moraal

Voor je beurt besluiten nemen kan de ondernemer opbreken. Hij zal de procedure met de OR eerst moeten afronden om eventueel vervangende toestemming te vragen bij de kantonrechter.


  • Zelf de uitspraak lezen? Klik hier
  • Als OR aan de slag met arbeidsvoorwaarden? Stuur een mail