Als een nieuwe contractant een heraanbesteding wint gaat het personeel van de onderneming die de concessie kwijt raakt over naar de nieuwe contractant. De ondernemingsraad van de verliezende onderneming wil dat op deze overgang van personeel de Wet overgang van onderneming (Woo) van toepassing is. In zo’n geval gaat het personeel van de verliezende partij (vervreemder) over naar de nieuwe werkgever (verkrijger) met behoud van alle rechten en emolumenten. Ze hebben ook eisen voor de veranderingen in de medezeggenschap, maar de wetgever heeft verzuimd om dat goed te regelen.

De ondernemingsraad stapt naar de voorzieningenrechter en wil dat de verkrijger van de concessie zich na de overgang van personeel aan de arbeidsvoorwaarden en roostersystematiek van de vervreemder houdt. Het gaat daarbij om instaptijden, de duur van de diensttijd en het aantal vrije weekenden per jaar. Daarnaast wil de OR dat de nieuwe werkgever de ondernemingsraad van de oude werkgever erkent totdat er verkiezingen voor een nieuwe ondernemingsraad bij de verkrijger worden georganiseerd of er afspraken zijn gemaakt voor de opvang van de gevolgen voor de medezeggenschap.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter oordeelt dat werknemers – op grond van de Woo – recht hebben op behoud van hun arbeidsvoorwaarden. Volgens rechtspraak van het Europese Hof van Justitie kan een verkrijger de arbeidsovereenkomst met een werknemer na een overgang van onderneming onder bepaalde voorwaarden wijzigen. Dat kan alleen als het nationale recht:

  • een dergelijke wijziging toestaat;
  • als de vervreemder een dergelijke wijziging ook had kunnen doorvoeren;
  • als de wijziging van de arbeidsovereenkomst geen verband houdt met de overgang van onderneming.

De wens van de verkrijger om de arbeidsvoorwaarden en roostersystematiek te harmoniseren is begrijpelijk, maar kan – op grond van de EU-regels – geen grond opleveren om af te wijken van de wettelijke regels bij overgang van onderneming, en is evenmin een grond voor wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Kortom: op het gebied van de arbeidsvoorwaarden krijgt de OR zijn zin.

Positie ondernemingsraad na overgang van onderneming niet goed geregeld in de wet

De voorzieningenrechter oordeelt dat na een overgang van onderneming er geen eenheid meer is waarvoor een ondernemingsraad ingesteld moet zijn. Daarmee zijn met de overgang de medezeggenschapsrechten niet overgegaan naar de verkrijger en is die niet verplicht de ondernemingsraad van de vervreemder te erkennen.
Het feit is dat de borging van medezeggenschapsrechten bij een overgang van onderneming in de wet niet geregeld is. Het is de wetgever die dat moet repareren.
Optie voor het voorkomen van problemen is dat de medezeggenschapsrechten onderdeel zijn van het overleg over de overgang van onderneming en afspraken daarover van de ondernemingsraad met verkrijger en vervreemder schriftelijk worden vastgelegd. Besteed daar in dergelijke gevallen aandacht aan!


  • Zelf de uitspraak van de voorzieningenrechter lezen? Klik hier
  • Als OR aan de slag met de overgang van onderneming? Stuur een e-mail