De datum van 1 januari is vaak ook de datum waarop nieuwe regels en wetten van toepassing worden. Een overzicht van de veranderingen die voor de ondernemingsraad van belang is of kan zijn.

Wijzigingen per 1 januari 2021:

  • De vrije ruimte van de WKR wordt verhoogd én verlaagd. Over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom gaat de vrije ruimte omhoog naar 1,7%, maar over het deel van de loonsom boven € 400.000 gaat het omlaag naar 1,18%. Lees meer
  • Voor de onbelaste vaste reiskostenvergoeding vervalt de tijdelijke uitzondering van 2020. Eigenlijk zou door het thuiswerken die vergoeding aangepast moeten worden, maar daar is een uitzondering voor gemaakt. Inmiddels is duidelijk dat de uitzondering ook voor de maand januari 2021 van toepassing is. Het gaat alleen om vaste vergoedingen voor reiskosten die de werkgever al vòòr 13 maart 2020 betaalde.;
  • Het voorstel voor de ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ zorgt voor fiscaal gunstigere regels voor eerder stoppen met werken. De Eerste Kamer moet nog wel over het wetsvoorstel stemmen. Het voorstel wordt dusdanig aangepast dat het met terugwerkende kracht vanaf 1-1-2021 gebruikt kan worden;
  • Het tweede tijdvak van de NOW 3.2 begint en zal nog voortduren tot en met maart 2021. Aanvragen gaat vanaf 15 februari 2021. De aanvraag moet sowieso gemeld worden aan de ondernemingsraad;
  • Payrollers komen op basis van de WAB in aanmerking voor een adequate pensioenregeling;
  • Een oproepkracht moet voortaan binnen een maand laten weten of hij een aanbod voor een aanstelling met onbepaalde tijd accepteert;
  • De maximale transitievergoeding stijgt van € 83.000 naar € 84.000. Of, als het jaarsalaris hoger is dan € 84.000, maximaal 1 bruto jaarsalaris;
  • Pensioenverlagingen zijn minder snel aan de orde door een vrijstellingsregeling als voorschot op het nieuwe pensioenstelsel. Inmiddels is duidelijk dat ABP en PFZW de pensioenuitkeringen in 2021 niet zullen verlagen;
  • De Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) biedt een organisatie korting op de loonheffing bij grote investeringen. Ondernemers die voor 2023 voor minstens € 20.000 nieuwe bedrijfsmiddelen aankopen krijgen een korting op hun loonheffingen via een afdrachtvermindering;
  • De hoge WW-premie – die moet betaald worden voor personeel dat in tijdelijke dienst is daalt naar 7,7% (dat was 7,94 procent. De lage WW-premie voor vast personeel is vijf procentpunt minder: 2,7%;
  • De tijdelijke uitzondering voor herziening van de WW-premie bij meer dan 30 procent overwerk loopt nog door;
  • Het wettelijk minimumloon is vanaf 1 januari € 1.684,80 bruto per maand bij een fulltime dienstverband en een leeftijd van minimaal 21 jaar. Dat is een verhoging van slechts 0,29%;
  • De inkomstenbelasting gaat omlaag, waardoor werknemers meer loon over kunnen houden. Inmiddels is duidelijk dat het om enkele tientjes per maand kan gaan;
  • Vanaf 1 januari geldt voor alle buitenlandse werknemers dat zij maximaal vijf jaar van de 30%-regeling kunnen profiteren voor onbelaste vergoedingen. De 30%-regeling zorgt ervoor dat werkgevers voor buitenlandse werknemers die tijdelijk naar Nederland komen extra reis- en verblijfskosten (de zogenoemde extraterritoriale kosten) onbelast kunnen vergoeden. Zij kunnen onder voorwaarden maximaal 30% van het loon als onbelaste vergoeding geven:
  • Werknemers met schulden worden geholpen door verbeteringen rond het loonbeslag. De nieuwe regeling moet er voor zorgen dat een werknemer voldoende geld krijgt voor het betalen van de eerste levensbehoeften;
  • De belastingbijtelling voor de auto van de zaak zonder CO2-uitstoot gaat omhoog van 8% naar 12%, behalve voor auto’s met zonnepanelen;
  • Faillissement makkelijker te voorkomen: vanaf 1 januari 2021 kun de ondernemer, als hij in financiële problemen zit, de schuldeisers een akkoord aanbieden om de schulden van het bedrijf mee te herstructureren. De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) heeft als doel faillissementen te voorkomen. Als de rechter het akkoord goedkeurt, moeten schuldeisers zich eraan houden, ook als ze het er niet mee eens zijn. Het kan dus gebeuren dat een schuldeisers tegen zijn wil genoegen moeten nemen met een gedeeltelijke afboeking of kwijtschelding van de schulden.
  • De gerichte vrijstelling voor studiekosten is ook toepasbaar voor ex-werknemers. De verruiming van de gerichte vrijstelling gaat over vergoedingen en verstrekkingen voor het volgen van een opleiding of studie om inkomen te verwerven. Het gaat niet om vergoedingen en verstrekkingen voor onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden van de dienstbetrekking. Dit betekent dat ook vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers van wie afscheid is of wordt genomen, onder de gerichte vrijstelling voor een opleiding of studie vallen. Denk aan vergoedingen voor scholingskosten als onderdeel van een sociaal plan en scholingsbudgetten die pas na de dienstbetrekking worden gemaakt;
  • Het loonkostenvoordeel (LKV) voor de doelgroep banenafspraak wordt structureel beschikbaar. Hierdoor zouden meer werkgevers gebruik kunnen gaan maken van het LKV voor banenafspraak. Bovendien hebben de werkgevers geen doelgroepverklaring meer nodig;
  • De bedragen van het lage-inkomensvoordeel (LIV) gaan iets omlaag. Het LIV is net als het jeugd-LIV en de loonkostenvoordelen (LKV’s) een tegemoetkoming die werkgevers – onder voorwaarden – kunnen ontvangen per verloond uur;
  • Een Wajonger die (meer) gaat werken, moet een gelijk of hoger inkomen krijgen.
  • De AOW-gerechtigde leeftijd blijft wel onveranderd: 66 jaar en vier maanden. Voor 2022 is dat 66 jaar en 7 maanden.