De Wet op de ondernemingsraden (WOR) maakt het niet mogelijk om de zittingstermijn van de ondernemingsraad te verlengen. Ook de coronacrisis is geen aanleiding om die verlenging toe te staan. Dat blijkt uit een uitspraak door de kantonrechter toen twee vakbonden bezwaar aantekenden tegen het uitstellen van de OR-verkiezingen door de zittende OR.

De ondernemingsraad van chipmachinefabrikant ASML besloot de verkiezingen met een half jaar uit te stellen. De raad vond dat het door de lockdown en het thuiswerken van kantoorpersoneel het niet doenlijk was om voldoende kandidaten voor de OR te werven. De zittingstermijn loopt op 30 oktober af en de OR wilde niet eerder verkiezingen organiseren tot begin februari 2021.

De vakorganisaties FNV Metaal en CNV Vakmensen waren het niet eens met dat OR-besluit en maakten bezwaar tegen het uitstellen van de verkiezingen. De bonden waren bereid tot een uitstel tot uiterlijk 20 november, maar daar wilde de OR niet aan meewerken, De bonden besloten vervolgens tot een procedure bij de kantonrechter.

Niet alle werknemers hebben thuis een computer

Om het standpunt van de OR te onderbouwen betoogde hun advocaat dat niet alle medewerkers thuis over een computer beschikken en het daardoor niet mogelijk zou zijn om digitale verkiezingen te organiseren. De rechter vond het ongelofelijk dat dit bij een hightechbedrijf het geval zou zijn. Ook vond de rechter dat de OR niet kon aantonen dat de raad diepgaand alle mogelijkheden heeft onderzocht om de verkiezingen op de oorspronkelijke datum doorgang te laten vinden. Daarbij wordt een verwijzing naar de coronacrisis om het recht op medezeggenschap in te perken als onvoldoende beschouwd. De rechter heeft in zijn vonnis bepaald dat de verkiezingen uiterlijk 30 december 2020 gehouden moeten zijn.

Toelichting

De WOR geeft geen wettelijke mogelijkheden voor het oprekken van de zittingstermijn van de ondernemingsraad. Het verlengen van de zittingstermijn staat haaks op de democratische regels waarmee de ondernemingsraad wordt gekozen en functioneert. Het zou te vergelijken zijn met minister-president Rutte die de Tweede Kamer verkiezingen uitstelt omdat de coronacrisis nog niet bezworen is of omdat het regeren net zo lekker gaat.

In bijzondere gevallen wordt weleens toch tot uitstel van de verkiezingen besloten. Redenen zijn soms van praktische aard, zoals een lopend adviestraject of een fusie die sowieso tot een nieuwe medezeggenschapsorganisatie zal leiden. Uitstel zou niet langer moeten duren dan enkele weken tot maximaal 2 maanden.

Voor uitstel is het wel van belang dat alle belanghebbenden de gelegenheid krijgen om bezwaar te kunnen maken en dat bij bezwaar uitstel niet mogelijk is. In dit geval had de OR de bezwaren van de bonden serieus moeten nemen en alsnog – zo snel als mogelijk – verkiezingen te organiseren. En tot die belanghebbenden behoren de bestuurder, alle in de onderneming werkzame personen en de vakorganisatie met leden die in de onderneming werkzaam zijn.


  • Zelf de uitspraak van de kantonrechter lezen? Klik hier
  • Als OR aan de slag met de OR-verkiezingen? Stuur een mail