Home / Mensen / Werkgerelateerd verzuim stijgt iets

Al jaren houdt TNO de verzuimcijfers in Nederland bij en publiceert die elke twee jaar in de Arbobalans. Het verzuim lag in 2017 landelijk op 4 procent. TNO ziet een lichte stijging in het werkgerelateerd verzuim.

Van al het verzuim is  bijna de helft (46 procent) gerelateerd aan werk. In 2015 was dit nog 42 procent. Het is vooral de psychosociale arbeidsbelasting (PSA) veroorzaakt veel verzuim. Volgens werknemers is PSA de oorzaak van zo’n 26 procent van alle (al dan niet aan werk gerelateerde) verzuimdagen. De fysieke arbeidsbelasting is van invloed op 12 procent van alle verzuimdagen.

Ook beroepsziekten nemen toe

Meer dan 3 procent van de werknemers zegt een door een arts vastgestelde beroepsziekte te hebben. Dat zijn dan vooral problemen met het bewegingsapparaat (1,6%). Daarnaast meldt 1,6 procent van de werknemers (ook) een psychische beroepsziekte (burn-out, depressie, overspannen e.d.).

Langer verzuim door een beroepsziekte

Werknemers met een beroepsziekte verzuimen gemiddeld 31 dagen langer dan werknemers die deze beroepsziekte niet hebben. Werknemers met een psychische beroepsziekte zoals overspannenheid, depressie of burn-out hebben de meeste extra verzuimdagen. Dat zijn gemiddeld 49 dagen meer dan werknemers zonder beroepsziekte. Alles bij elkaar veroorzaken beroepsziekten jaarlijks bijna 6,9 miljoen extra verzuimdagen (14% van het totaal aantal verzuimdagen in 2016). Het loont dus echt de moeite om werkgerelateerd verzuim aan te pakken.

Ziekteverzuim en de OR

De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht op verzuimregelingen, maar moet ook de bestuurder stimuleren om verzuim te voorkomen en geconstateerde problemen aan te pakken. Een goed gesprek met de bedrijfsarts – ook daar heeft de OR recht op – kan een licht werpen op de verzuimoorzaken en het werkgerelateerde verzuim. Werkgevers hebben geen grip op verzuim als gevolg van voetbalblessures, maar wel op uitval die door het werk veroorzaakt is. En… hoe doet de onderneming het op verzuimgebied ten opzichte van de andere ondernemingen in de branche. Want 4 procent is een landelijk gemiddelde; in sommige branches ligt het verzuim aanzienlijk hoger. Zo heeft de horeca een laag percentage (2,7 procent in 2018), maar scoren onderwijs (5,1 procent) en gezondheidszorg (5,7 procent) in dat jaar beduidend hoger.

Artikel 28 geeft elke ondernemingsraad een toezichthoudende taak op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Op die grond kan de OR het nodige doen om die arbeidsomstandigheden te verbeteren.

  • Bespreek met de bestuurder, preventiemedewerker en arbodienst de eigen cijfers van werkgerelateerd verzuim van de organisatie. Kijk naast de fysieke problemen die werknemers door hun werk krijgen vooral naar het vóórkomen voorkómen van burn-outklachten;
  • Bespreek de maatregelen die de werkgever kan nemen om medewerkers met deze klachten te helpen en te ondersteunen, bijvoorbeeld door mindfulness, bedrijfsmaatschappelijk werk en coaching;
  • Bespreek maatregelen om werkdruk structureel te verminderen en autonomie van werknemers te vergroten. Bespreek maatregelen om vacatures sneller vervuld te krijgen; een tal van branches (onderwijs, gezondheidszorg) is er sprake van aanzienlijke personeelskrapte en ontstaat daardoor een oorzaak van werkdruk en werkstress;
  • Bespreek maatregelen om ongewenst gedrag door medewerkers, leidinggevenden en externen terug te dringen;
  • Bespreek of er maatregelen getroffen moeten worden om de arbeidsrisico’s voor uitzendkrachten en flexwerkers te verminderen.;
  • Check het plan van aanpak op maatregelen om werkdruk en werkstress te verminderen;
  • Bespreek of er meer middelen in gezet kunnen of moeten worden om verbetering te brengen in geconstateerde problemen op het gebied van de fysieke belasting en PSA.

  • Zelf de Arbobalans 2018 raadplegen? Klik hier
  • Als OR aan de slag met het verzuimbeleid? Stuur een mail