Home / Medezeggenschap / Denk aan de termijnen

Ondernemingsraden hebben soms te maken met termijnen – en dan vooral het einde ervan – waarmee rekening gehouden moet worden. De termijnen zijn van belang bij de opschortings- en beroepstermijn van het adviesrecht, maar ook bij het inroepen van nietigheid voor een instemmingsplichtig besluit. En de naleving van die termijnen komt soms akelig precies.

Misvatting over de adviestermijn

Sommige bestuurders veronderstellen dat de OR te allen tijde binnen zes weken met een advies moet komen, omdat dat de maximale termijn voor een adviesaanvraag is. Maar de Wet op de ondernemingsraden (WOR) bevat geen termijn waarbinnen de ondernemingsraad met een advies moet komen. De WOR geeft wel aan dat de ondernemingsraad in redelijkheid tot een advies moet kunnen komen. En die redelijkheid kan worden ingevuld met bijvoorbeeld de tijdigheid, juistheid en compleetheid van de informatie die door de bestuurder wordt aangeleverd. Daarnaast moet er ook tijd zijn om – als dat nodig is – externe deskundigen te raadplegen, intern overleg te hebben en – als geen geheimhouding opgelegd is – de achterban te raadplegen. Er bestaat dus geen wettelijke termijn voor het uitbrengen van het OR-advies. De eerder genoemde termijn van zes weken past vooral in een cyclus van OR- en overlegvergaderingen. Als er om de vier weken een overlegvergadering is, dan heeft de OR bij een termijn van zes weken twee ondernemingsraadsvergaderingen. In de eerste vergadering kan de adviesaanvraag besproken en beoordeeld worden. Het is het moment voor het opstellen van criteria (waar moet het besluit van de bestuurder wat ons betreft aan voldoen), het formuleren van verduidelijkende vragen en het bespreken van wat (doel) de OR op dit onderwerp bereiken wil en hoe (strategie) dat het beste gedaan kan worden. In de overlegvergadering twee weken later wordt de adviesaanvraag zoals wettelijk verplicht ten minste eenmaal met de bestuurder besproken en weer twee weken later stelt de OR zijn advies op. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de opbrengsten uit het overleg met de bestuurder, met de voorbereidingen van de OR uit de eerste OR-vergadering daarover. In zo’n vergadercyclus van 1x per maand een OR-vergadering en 1x per maand een overlegvergadering zou het mogelijk zijn om in zes weken tot een OR-advies te komen.

Opschorten van de uitvoering

Als de bestuurder het advies van de ondernemingsraad niet of maar deels overneemt start de opschortingstermijn van zijn besluit. Gerekend vanaf de dag dat de bestuurder zijn definitieve bersluit neemt – en dat moet een schriftelijk en gemotiveerd – start de opschortingstermijn van één maand. Gedurende deze maand moet de bestuurder wachten met het uitvoeren van zijn besluit, tenzij de OR geen bezwaar heeft tegen het eerder beginnen met de uitvoering. Het is aan de OR om te beslissen of de bestuurder aan de opschortingstermijn gehouden moet worden. De maand kan benut worden voor aanvullend overleg om alsnog de bestuurder op andere gedachten te brengen. Ook kan de OR de opschortingstermijn benutten om extra eisen ingewilligd te krijgen, bijvoorbeeld door af te zien van de termijn als de bestuurder bepaalde toezeggingen doet aan de raad. Zo kreeg een OR een fatsoenlijke outplacementregeling afgesproken door af te zien van de opschortingstermijn, zodat de bestuurder het contract voor de huur van een nieuwe locatie tijdig kon tekenen. Onder druk wordt er nog wel eens wat vloeibaar.

In beroep bij de Ondernemingskamer

Als de ondernemingsraad meent dat het definitieve besluit van de bestuurder niet deugt, of er geen advies is uitgebracht terwijl er wel uitvoering gegeven wordt aan een adviesplichtig besluit kan in beroep worden gegaan bij de Ondernemingskamer (OK) in Amsterdam. Ook hier geldt een termijn van één maand, gerekend vanaf de dag dat de bestuurder zijn definitieve besluit schriftelijk aan de ondernemingsraad kenbaar heeft gemaakt. Voor het aflopen van deze maand moet dan schriftelijk bij de OK een verzoekschrift zijn ingediend. In de praktijk kan de werkelijke termijn door de variatie in het aantal dagen van de maand verschillen. Als de bestuurder op 6 mei zijn besluit genomen heeft, dan loopt de termijn op 5 juni af en daarbij moet soms ook rekening gehouden worden met de openingstijden van de griffie, omdat die tijden bepalend zijn voor het tijdstip van de ontvangst.  Ook zal een verzoekschrift direct volledig moeten zijn, inclusief alle gronden waarop bezwaar wordt gemaakt. Later aanvullen met nieuwe informatie, argumenten of bezwaargronden is niet mogelijk.  

Nietigheid inroepen

Voor het instemmingsrecht geldt ook de termijn van één maand voor het inroepen van nietigheid door de OR. Ook hier gaat die termijn in vanaf het moment waarop de bestuurder kenbaar heeft gemaakt de regeling ook zonder de instemming van de OR uit te voeren of als de OR vaststelt dat de bestuurder een regeling uitvoert waarvoor geen instemming van de OR is verkregen. Nietigheid inroepen klinkt als een verbale aangelegenheid, maar het inroepen moet schriftelijk gebeuren.
Is een OR te laat met het inroepen van nietigheid, dan is de mogelijkheid om succesvol bij de kantonrechter het gelijk te halen nagenoeg nihil.

Gedoe met termijnen

Soms luistert het erg nauw met die termijnen. Zo werd een partij bij de kantonrechter niet ontvankelijk verklaard, omdat de fax om 23:59 uur van de laatste beroepstermijndag verzonden was, maar om de volgende dag 00:05 uur bij de rechtbank werd ontvangen. En niet het moment van verzenden is bepalend, maar het moment waarop de rechtbank het verzoekschrift ontvangt.
Ook de Algemene termijnenwet speelt soms een rol. Artikel 1 van deze wet luidt: ‘Een in een wet gestelde termijn die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.’ Met andere woorden: als de termijn van één maand precies in het weekeinde of op zo’n feestdag afloopt wordt die termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. In sommige gevallen is de beroepstermijn dus langer dan een maand. De bestuurder die vond dat zijn OR te laat was met zijn beroep omdat het verzoekschrift op maandag bij de rechtbank binnen kwam, terwijl de termijn op de zaterdag daarvoor afliep, kreeg op grond van de Algemene termijnenwet geen gelijk.

Advies

Houd als ondernemingsraad de termijnen in de gaten en doe dat vooral als er aanleiding voor is. Die aanleiding kan liggen in afwijkende opvattingen van OR en bestuurder en procedures die rammelen door tijdsdruk, gebrek aan informatie e.d. Het gebruik maken van het beroepsrecht door de OR bij advies- en instemmingsprocedures is het laatste dat overwogen zou moeten worden. Als het echt niet anders kan dan ligt die weg open. OR en bestuurder kunnen óók overwegen om geschillen voor bemiddeling aan de Bedrijfscommissie voor te leggen. Die zal proberen om tot een aanvaardbare oplossing voor beide partijen te komen, in plaats van een uitspraak door de rechter die één van de partijen in het gelijk zal stellen.


  • Zelf de Algemene termijnenwet lezen? Klik hier
  • Uitspraak lezen over te laat ontvangen verzoekschrift? Klik hier