Skip to content
Home / Arbo / Arbomaatregelen voor uitzendkrachten

Arbomaatregelen voor uitzendkrachten

Elke werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid, welzijn en gezondheid van zijn werknemers. Oók de uitzendkrachten vallen onder deze verantwoordelijkheid van goed werkgeverschap. Ze vormen een categorie werknemers die extra risico loopt op ongevallen door onervarenheid en onbekendheid met de werkomstandigheden. Speciaal voor de uitzendkrachten heeft de SER een handreiking gemaakt over de te treffen arbomaatregelen voor deze groep werknemers.

Vooral de manier waarop uitzend- en tijdelijke krachten met hun werk in de onderneming starten ko t in de handleiding aan de orde. Denk aan een inwerkprogramma en zorgvuldige veiligheidsinstructies. Ook de ervaren collega’s moeten alert zijn op het werken met minder-ervaren collega’s, door een extra oogje in het zeil te houden en feedback te geven op gedrag en handelingen die niet volgens de voorschriften worden uitgevoerd.
De handreiking besteed aandacht aan de positie van de uitzendkracht, de voorlichting over risico’s op de werkplek, het inwerken, instrueren en begeleiden, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en het melden en registreren van ongevallen. Daarnaast zijn voorbeeldteksten te vinden die in de arbocatalogi opgenomen kunnen worden.

Arbocatalogi

Voor elke branche is een arbocatalogus ontwikkeld. De arbocatalogus bevat de bekende arbeidsrisico’s in de branche én de oplossingen die daarvoor nodig zijn. Zo is lasrook een bekend arbo-risico in de metaalindustrie en is in de arbocatalogus voor die branche vastgelegd op welke manier werknemers tegen het inademen van lasrook beschermd moeten worden.
Ook uitzendkrachten vormen door onbekendheid met de werkplek en onervarenheid een arbeidsrisico en horen in de arbocatalogus benoemd te worden. Als het goed is worden de arbocatalogi telkens bijgewerkt om de nieuwste inzichten daarin te verwerken.
Deze handreiking maakt duidelijk welke arbomaatregelen in de arbocatalogi opgenomen
kunnen worden om invulling te geven aan de doelvoorschriften uit de Arbowet- en regelgeving: Arbowet art. 3 lid 1-b, Arbowet art. 5 lid 5, Arbowet art. 8, om maar eens precies te zijn.

Redenen genoeg

Het ongevalspercentage onder uitzendkrachten ligt nu rond de 4,8%, voor werknemers in vaste dienst ligt dit rond de 3%. Het verschil is opvallend. Risicosectoren zijn de gezondheidszorg en de ambachten waarbij in de eerste sector relatief weinig en in de tweede sector relatief veel uitzendkrachten werkzaam zijn. Uitzendkrachten (76%) hebben vaker te maken met fysiek letsel dan vaste werknemers (66%). In maar liefst 15 procent van de ernstige en dodelijke arbeidsongevallen betrof het een uitzendkracht. Redenen genoeg om extra aandacht te besteden aan te nemen arbomaatregelen voor deze groep werknemers.

Het zal de OR een zorg zijn

Ook de uitzendkrachten zijn voor de ondernemingsraad een belangrijke groep van medewerkers. Ook voor hen dient de veiligheid, gezondheid en welzijn op orde te zijn. In elke risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) dient aandacht te worden besteed aan de arbeidsrisico’s voor kwetsbare groepen van medewerkers, zoals jongeren, zwangere vrouwen. Het verdient aanbeveling om in de RI&E ook aandacht te besteden aan de uitzendkrachten als die frequent worden ingehuurd door de werkgever.
Belangrijk voor de OR is het arbodocument dat de inlenende werkgever voor aanvang van het werk aan het uitzendbureau moet verstrekken, zodat de uitzendkracht inzicht krijgt in de arbeidsomstandigheden op de nieuwe werkplek. De ondernemingsraad kan zelf vaststellen of de verstrekte informatie aan het uitzendbureau wel overeenkomt met de werkelijkheid.

  • Een overzicht van 152 getoetste arbocatalogi is hier te vinden.
  • De handreiking ‘Handreiking arbomaatregelen Uitzendwerk’ van de SER is hier te downloaden
  • Als OR aan de slag met het arbobeleid? Stuur een mail
Scroll To Top