Skip to content
Home / Medezeggenschap / Bewijs het maar

Bewijs het maar

Het gerechtshof geeft werknemers de gelegenheid om met harde bewijzen te komen waarop het recht op een vaste ploegentoeslag van 30 procent bestaat, ongeacht de zwaarte van het rooster. De werkgever heeft met de ondernemingsraad andere afspraken gemaakt. Is die vaste ploegentoeslag een verworven recht?

Wat er aan vooraf ging

Werknemers zijn in dienst van elektriciteitsnetwerkbeheerder Tennet als (senior) bedrijfsvoerders. Zij werken in een volcontinudienst en hebben tot 1 maart 2014 op grond van de cao Netwerkbedrijven een vaste niet variabele ploegentoeslag van 30% ontvangen. In de loop van 2010 heeft Tennet onafhankelijk onderzoek laten doen naar de naleving van de Arbeidstijdenwet (ATW), de toepasselijke cao en het bedrijfsreglement, naar financiële consequenties voor de ondernemer en de belasting van het personeel door de wijze van roostering.
Tennet heeft naar aanleiding van dit rapport overleg gevoerd met de commissie arbeidsvoorwaarden van de OR en met het kernteam roosters. Daaruit is een eerste versie voor een aangepaste werktijdenregeling (WRT) gemaakt. Uiteindelijk heeft de OR ingestemd met een gewijzigde WRT met daarin de basisafspraak dat de ploegendiensttoeslag op grond van de feitelijk gewerkte diensten wordt berekend. Daardoor krijgen werknemers die veel weekenden, feestdagen en nachten werken meer onregelmatigheidstoeslag dan de collega’s die dat minder doen. Daarmee komt de vaste ploegentoeslag te vervallen.
Werknemers van Tennet zijn naar de rechter gestapt omdat ze die vaste toeslag willen behouden. De kantonrechter heeft die vorderingen afgewezen, zodat het geschil nu aan het Gerechtshof is voorgelegd.

Oordeel van het hof

Aan het hof wordt een oordeel gevraagd over de meningsverschillen tussen ondernemer en de werknemers over vragen als ‘is er wel sprake van een standaard-cao?’, is de vaste toeslag van 30 procent een primaire arbeidsvoorwaarde?’ en ‘mag Tennet die ploegentoeslag wijzigen?’.
Volgens Tennet is er sprake van een standaard-cao. Kern daarvan is dat zo’n cao geen ruimte laat voor aanpassingen en afwijkingen (ook niet in positieve zin), tenzij dat uitdrukkelijk in de cao is vermeld. Maar omdat uit de tekst van de cao niet valt op te maken dat het een standaard-cao betreft is het hof van mening dat er geen sprake is van een standaard-cao.
Tijdens de zitting bleek dat er niet steeds in vijfploegen werd gewerkt; volgens de werknemers het duidelijke bewijs dat de ploegentoeslag van 30 procent (die desondanks wel werd uitgekeerd) geen verband hield met de daadwerkelijke roostering. Daardoor is het een vast salarisbestanddeel geworden, maar dat wordt dus door de ondernemer bestreden.
Het hof geeft nu eerst de werknemers de gelegenheid om te bewijzen dat er sprake is van een consistente handelwijze van de werkgever waardoor bij werknemers door verloop van jaren het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat zij de vaste ploegentoeslag van 30% zouden ontvangen, ongeacht de zwaarte van het rooster.
Het betekent dat het hof pas na de bewijslevering door de negen werknemers tot een uitspraak zal komen.

OR en arbeidstijden

Arbeidstijden en roosters zijn voor elke werknemer van belang. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ondernemingsraad een instemmingsbevoegdheid heeft op regelingen op dit gebied. Daarbij is het van belang om ook de cao-afspraken voor arbeidstijden en de vergoedingen voor het onregelmatig werken worden meegenomen. Bij een standaard-cao is het niet mogelijk om van de cao af te wijken, tenzij dat expliciet in de cao is vastgelegd. Een minimum-cao laat veel meer ruimte om in positieve zin af te wijken.
Bij roosterwijzigingen kan naast het rooster óók gekeken worden naar de financiële gevolgen ervan voor het betrokken personeel. Een onregelmatigheidstoeslag (ORT) van 30 procent is voor veel werknemers een aanzienlijk bedrag en in veel gevallen bevatten cao’s afbouwregelingen voor het geval een werknemer te maken krijgt met een lagere ORT.

Zet afspraken eenduidig op papier

Het proces van Tennet bewijst nog eens de noodzaak om afspraken zorgvuldig en eenduidig op papier te zetten. Daaronder vallen ook de afspraken die de OR met de bestuurder maakt, bijvoorbeeld in de vorm van een ondernemingsovereenkomst (artikel 32 van de WOR), waarin de OR uitgebreidere bevoegdheden krijgt. Van zo’n ondernemingsovereenkomst hoort de ondernemer een exemplaar naar de Bedrijfscommissie te sturen.

Scroll To Top