Voorbeeldreglement SER deugt niet

Soms bakkeleien bestuurder en medezeggenschap langdurig over zaken die vooral met de regeltjes en procedures te maken hebben. Dat doen ook de bestuurder en gemeenschappelijke ondernemingsraad van een bedrijf in de scheepsbouw en offshore-industrie. De meningsverschillen gaan over het reglement van de ondernemingsraad. Eerst heeft de kantonrechter daar een uitspraak over gedaan en opnieuw is het reglement onderwerp van een geschil. Nu bij het Gerechtshof en die doen daarmee ook een uitspraak over het voorbeeldreglement dat door de SER is opgesteld.

Ging de procedure bij de kantonrechter vooral nog over het instellen van kiesgroepen, bij het Gerechtshof gaat het onder meer over de omvang en zittingsduur van de ondernemingsraad het toekennen van actief (mogen stemmen) als passief (kandidaat mogen stellen) kiesrecht aan ingeleende arbeidskrachten en opnieuw de indeling van kiesgroepen.
De uitspraak van de kantonrechter over de kiesgroepen was destijds al opmerkelijk, omdat de rechter zich daadwerkelijk uitsprak over hoe die kiesgroepen eruit moesten zien: een blue collar-kiesgroep en een white collar-kiesgroep, zodat de medewerkers in overall en medewerkers in overhemd evenredig in de OR vertegenwoordigd zouden zijn. Inmiddels heten de kiesgroepen ‘metaal’ en ‘niet-metaal’ en krijgt de OR de opdracht om tot een evenredige zetelverdeling over deze kiesgroepen te komen.

Verschillende kandidaatstellingstermijnen niet toegestaan

Het Hof doet ook een uitspraak over de termijnen die voor de kandidaatstelling in het OR-reglement worden opgenomen. De OR gebruikte daarvoor de bepalingen die in het Voorbeeldreglement van de SER zijn opgenomen. Daarin krijgen de bonden langer de gelegenheid om kandidaten te stellen (6 weken) dan de medewerkers die zich via een vrije lijst kandidaat willen stellen (4 weken). Het Hof vindt dat het onderscheid in tijd geen eerlijke concurrentie oplevert tussen georganiseerde kandidaten en de ongeorganiseerden. In de tijd die voor kandidaatstelling beschikbaar is mag geen onderscheid gemaakt worden tussen vakbondskandidaten en kandidaten die zich via een vrije lijst kandidaat willen stellen.
De verschillende termijnen zijn nog een residu van de kandidaatstelling voor 2013. Toen moesten de kandidaten voor een vrije lijst handtekeningen van collega’s verzamelen om de kandidatuur te steunen en was voor het berekenen van het aantal handtekeningen noodzakelijk dat bekend was hoeveel kandidaten door de bonden waren gesteld en welke bonden wel of niet kandidaten leverden.

Aanpassen SER-reglement en OR-reglement

De uitspraak van het Hof zal er wel toe leiden dat het SER-reglement wordt aangepast, zodat er geen onderscheid meer wordt gemaakt in de kandidaatstellingstermijn voor vakbondskandidaten en vrije lijst-kandidaten.
De ondernemingsraad kan zijn eigen reglement ook aanpassen en daarin de kandidaatstellingsperiode gelijktrekken. Bij de eerstvolgende (tussentijdse) verkiezingen kan de wijziging dan van kracht worden. Voordat de wijziging van kracht wordt moet de bestuurder in de gelegenheid worden gesteld om daar commentaar op te leveren. Feitelijk hoeft de OR vervolgens niets met dat commentaar te doen – het betreft immers het reglement van de OR-zelf – behalve als er bepalingen in zijn opgenomen die in strijd zijn met de wet.


  • Zelf de uitspraak lezen? Klik hier
  • Als OR aan de slag met het OR-reglement? Stuur een mail

1 reactie

  1. 1enquiry op 21 juni 2022 om 11:27

    2bookkeeper