Appen op mobiel van de baas

Als een medewerker zijn arbeidsovereenkomst opzegt heeft hij ruim 200 verlofuren staan. Die wil hij graag uitbetaald zien, maar zijn werkgever wil dan eerst de kosten in mindering brengen die gemaakt zijn doordat de werknemer 1255 WhatsApp-berichten heeft verstuurd via de mobiele telefoon van de werkgever. Het draait uit op een procedure bij de kantonrechter. 
De werkgever betoogt dat in de gebruiksvoorwaarden van het mobieltje van de zaak duidelijk is opgenomen dat beperkt privégebruik is toegestaan. De werkgever geeft bij de rechter aan schade te hebben geleden door het appgedrag van de werknemer, omdat hij hem ook onverschuldigd loon heeft betaald voor de tijd die hij aan het appen is geweest. En de 1255 berichten zijn voor het merendeel liefdesbrieven aan verschillende vrouwen; volgens de werkgever is er veel tijd in gaan zitten om die correspondentie te typen én te lezen. De werknemer wil iets meer dan € 5000 ontvangen als verrekening van de niet genoten verlofuren, met daarbovenop de wettelijke rente die de werkgever hem verschuldigd is. 
 
De kantonrechter vindt dat de werknemer zich niet als een goed werknemer heeft gedragen door het veelvuldige gebruik van WhatsApp (1255 berichten in ruim 6 maanden tijd) zonder daarvoor toestemming van de werkgever te hebben. Hij heeft daardoor de bedrijfsregelingen van de werkgever overtreden en is daarmee tekortgeschoten in het nakomen van de bepalingen uit zijn arbeidsovereenkomst. De kantonrechter vindt dan ook dat de werkgever de schade die door zijn werkgever geleden is moet vergoeden en maakt vervolgens een rekensommetje om de omvang van de schade vast te stellen: 1255 berichten met een gemiddelde tijdsduur van 2,5 à 3 minuten per bericht, vermenigvuldigd met het uurloon inclusief vakantietoeslag komt uit op een niet-gewerkte schadepost van afgerond € 1.500. Dat wordt van het verlofurensaldo afgetrokken.
De kantonrechter rekent nog even door om vervolgens ook – over het overblijvende bedrag – de wettelijke rente mee te nemen waarop de werknemer recht heeft. Vanwege de bedrijfseconomische omstandigheden van het bedrijf legt de kantonrechter een matiging op van de te betalen verhoging door daarvoor maar 10% toe te wijzen. 
 
Moraal van de uitspraak: niet appen in de tijd van de baas en al helemaal niet op een telefoon van de werkgever.