OR niet akkoord met fusie

Als een beoogde fusie met drie stichtingen niet doorgaat omdat één van de stichtingen niet wil, besluit de ondernemer om dan maar met twee stichtingen te fuseren. De ondernemingsraad adviseert negatief, maar houdt de bestuurder vervolgens vast aan zijn voorgenomen besluit. Door het instellen van beroep door de OR treffen ze elkaar bij de Ondernemingskamer (OK) in Amsterdam.
 
Eén van de argumenten voor de OR was het feit dat niet gegarandeerd kon worden dat de nieuwe organisatie ook over een kwaliteitskeurmerk zou kunnen beschikken. Dat keurmerk is nodig om in aanmerking te komen als partij om voor gemeenten taken te kunnen uitvoeren en keurmerken gaan niet automatisch mee over naar een nieuwe stichting. De Ondernemingskamer vindt dat de ondernemer over de keurmerken meer zekerheid had moeten bieden, zodat de bedrijfsvoering en financiering van de nieuwe organisatie gegarandeerd zouden zijn. Hij had rechtstreeks en aantoonbaar concrete afspraken moeten maken met de instanties waarvan de nieuwe stichting in belangrijke mate financieel afhankelijk is. 
Toch vindt de OK dat de ondernemer aan de slag kan met de fusie, omdat onzeker is op welke termijn alsnog de beoogde fusie met drie partijen aan de orde zou komen. Door het fuseren als twee stichtingen wordt alvast een voorschot genomen op de fusie met de derde partij. Dat dit een ‘second best-optie’ is wordt door de OK als keuzemogelijkheid voor de ondernemer benoemd. Als de eerste keuze niet mogelijk is, dan is de ondernemer gerechtigd de tweede optie te overwegen en te kiezen.
 
Zelf de uitspraak van de Ondernemingskamer lezen? Klik hier
 
Zelf als OR aan de slag met een fusie? Klik hier