Op eigen houtje geheimen delen met de achterban

Als een OR-lid de achterban informeert over de stand van zaken rondom een instemmingsverzoek tot wijziging van de pensioenregeling en mededelingen doet over een mediationtraject binnen de OR wordt door de werkgever ontslag aangezegd omdat de geheimhoudingsplicht geschonden zou zijn. Het ontslag wordt vervolgens aan de kantonrechter voorgelegd. Hoe gaat die met de geheimhouding om?
 
Het OR-lid werkt bij een grote apothekersorganisatie en is ook lid van de centrale ondernemingsraad (COR) geweest. Daarnaast is het als lid van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) ook betrokken bij de onderhandelingen aan werknemerskant over een cao voor apothekers in loondienst.
Het OR-lid mailt aan alle apothekers in de organisatie over de onderhandelingen en hoe de stand van zaken op dat moment is. De werkgever reageert met een mail aan het OR-lid. Vertrouwelijkheid over de onderhandelingen zou zijn geschonden en het OR-lid wordt er onder meer van beticht dat er geen toestemming is gevraagd voor de nevenfunctie bij de LAD.
In een later stadium mailt het OR-lid opnieuw aan de collega’s over de stand van zaken van een instemmingsverzoek over de pensioenregeling voor apothekers. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de belabberde samenwerking binnen de ondernemingsraad en het mislukken van een mediatontraject om de interne conflicten op te lossen.
Daarop besluit de werkgever wegens het schenden van geheimhouding ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan te vragen. De kantonrechter doet vervolgens uitspraak.
 
De kantonrechter
De kantonrechter gaan niet mee met het verweer van het OR-lid dat er geen enkele schending van de geheimhouding heeft plaatsgevonden. Volgens het OR-lid had alle informatie al bij de achterban bekend kunnen zijn. Het OR-lid heeft ook zijn eigen mening gegeven over het instemmingsverzoek over de pensioenen en heeft dat ook over de bestuurder en zijn samenwerking en communicatie met de OR en het functioneren binnen de OR gedaan. Dat gaat verder dan wat een OR gebruikelijk met zijn achterban communiceert. De kantonrechter bekijkt dan vooral of in deze mededelingen geheimhouding is geschonden. 
De werkgever kan niet aantonen dat er expliciet geheimhouding is opgelegd voor de genoemde onderwerpen en er is ook geen sprake van het schenden van de geheimhouding van zaken- of bedrijfsgeheimen. Ook is er geen sprake van het schenden van het goed werknemerschap door het OR-lid. De kantonrechter stelt vast dat als een OR-lid de geheimhouding vanuit artikel 20 van de WOR niet heeft geschonden er ook geen sprake kan zijn van het schenden van het goed werknemerschap. 
Dat het OR-lid kritisch is, onder meer over de bestuurder, en dat hij tot in detail hetgeen in de OR speelt heeft gedeeld met zijn collega’s en dat er naar aanleiding van zijn mededelingen onrust ontstaan is binnen het bedrijf, is van onvoldoende gewicht om de ontslagbescherming voor een OR-lid opzij te zetten. Het verzoek tot ontbinding wordt afgewezen.
 
Commentaar
Het zal – zeker als het vonnis gelezen wordt – duidelijk zijn dat het OR-lid een aantal zaken vooral op eigen houtje heeft gedaan. Dat heeft niet alleen bij de bestuurder, maar ook bij de OR zelf, tot stroevigheden geleid. Uit deze uitspraak van de kantonrechter wordt duidelijk dat in dit geval alleen het opleggen van expliciete geheimhouding en het schenden daarvan grond voor ontbinding zou kunnen zijn. Uitgangspunt ‘alles is openbaar, tenzij…’ blijkt nog steeds van toepassing.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier
 
Zelf aan de slag met het contact met de achterban of de samenwerking in de OR? Klik hier

1 reactie

  1. 1conspiracy op 22 juni 2022 om 13:45

    2potential