Wanneer is een afspraak een afspraak?

Een ondernemingsraad vraagt om de instelling van een Raad van Commissarissen (RvC) voor een bedrijf dat inmiddels is afgesplitst. Daarnaast willen hij ook dat één van de commissarissen op voordracht van de OR wordt benoemd. De OR beweert – in kort geding – dat daar een afspraak over is gemaakt.
 
 
Als de rechtbank vraagt om bewijzen van de afspraak, dan kan de OR die niet tot tevredenheid van de kantonrechter overleggen. 
De rechter geeft nog eens duidelijk aan dat een ondernemingsovereenkomst tussen OR en bestuurder alleen kan gaan over extra bevoegdheden voor de ondernemingsraad, danwel over aanvullende voorschriften over de toepassing van de WOR. Een afspraak om een RvC in te stellen past dus niet in het kader van een ondernemingsovereenkomst. Het verplicht instellen van een RvC is alleen aan de orde als aan de bepalingen voor het instellen is voldaan. Daartoe moet gedurende meer dan drie jaar sprake zijn van geplaatst kapitaal met reserves van 16 miljoen Euro, er een OR is ingesteld en er in de regel meer dan 100 mensen werken. 
De ondernemingsraad verliest het kort geding.
 
Voor een geldige ondernemingsovereenkomst uit artikel 32 van de WOR is het noodzakelijk om een afschrift daarvan naar de bedrijfscommissie te sturen. Daarnaast maakt de uitspraak van de rechtbank duidelijk dat de onderwerpen die in een ondernemingsovereenkomst staan beperkt zijn door wat er in artikel 32 over is opgenomen.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier