OR-scholingsrecht wordt niet benut

Er blijkt een afnemende tendens om gebruik te maken van het recht op scholing door ondernemingsraden. Zo volgde bijna een derde van de ondernemingsraden in 2015 minder scholing dan jaar ervoor. Gemiddeld gingen ondernemingsraden in 2015 2,6 dagen op cursus. Grotere raden gaan vaker op cursus dan de kleine ondernemingsraden. 
 
De WOR biedt elke ondernemingsraad de mogelijkheid om ten minste vijf dagen per jaar scholing en vorming te volgen. OR-commissies hebben daarnaast nog recht op drie scholingsdagen per jaar. Die wettelijke mogelijkheden worden dus in veel gevallen niet volledig benut. De bestuurder heeft geen mogelijkheden om deze hoeveelheid dagen te beperken. Wel is overleg nodig over het tijdstip van de cursus en over de faciliteiten (op het bedrijf, in een hotel of conferentieoord, met of zonder overnachting e.d.) van de cursus. De jaarlijks vast te stellen richtbedragen van de SER zijn een goede indicatie voor de OR om vast te stellen of de tarieven van het scholingsbureau marktconform zijn. Als dat het geval is, dan heeft de bestuurder ook op dat vlak geen grond om zijn ondernemingsraad van scholing af te houden. 
OR-scholing kan onder meer ingezet worden voor het opdoen van kennis, het ontwikkelen van een gezamenlijke visie of het vergroten van vaardigheden en onderlinge samenwerking. Maar er zijn ook ondernemingsraden die hun cursusdagen benutten voor de inhoudelijke behandeling van belangrijke adviesaanvragen. 
 
Valkuil
Vooral in tijden van bezuinigingen beperken de ondernemingsraden zichzelf in hun scholing. ‘We moeten als OR het goede voorbeeld geven in het bezuinigen’ is dan de redenatie. Misschien moet zo’n OR juist wél op cursus, zodat vervolgens geadviseerd kan worden waarop wel en waarop niet bezuinigd kan worden.
 
  • Zelf de onderzoeksresultaten van MonitOR lezen? Klik hier
  • Zelf aan de slag met OR-scholing? Klik hier