Flexwerkers sneller in de OR

Als de PvdA haar zin krijgt, dan komen flexwerkers al na 6 maanden in aanmerking om te mogen stemmen en mogen ze zich na een jaar kandidaatstellen voor de ondernemingsraad. Het voorstel van de partij zorgt ervoor dat ook flexwerkers betrokken kunnen worden bij het beleid van de organisatie. 
 
Het voorstel van de PvdA betekent een aanpassing van artikel 1, lid 3a van de WOR. Die bepaling regelt nu dat flexwerkers pas na 24 maanden gezien worden als een ‘in de onderneming werkend persoon’. En 6 maanden daarna mogen ze stemmen van de WOR en 12 maanden daarna mogen ze zich kandidaat stellen. Bij elkaar opgeteld komt het actief kiesrecht op 30 maanden en het passief kiesrecht op 36 maanden uit. Met dergelijke termijnen is de kans op actieve deelname in de OR door een flexwerker niet zo groot, terwijl in veel ondernemingen de flexibele schil een fiks onderdeel van de organisatie uitmaakt. De aanpassing heeft mogelijk de bijwerking dat daardoor jongeren sneller de kans krijgen om actief een bijdrage aan de medezeggenschap te leveren. Zij maken vaak een groot deel van de flexibele schil uit.
 
Niet wachten op de wetswijziging
Ondernemingsraden hoeven niet te wachten op deze wijzigingen in de WOR. In het OR-reglement kan bepaald worden dat flexwerkers eerder als ‘in de onderneming werkzaam’ worden gezien en daardoor eerder kiesrechten ontstaan. De morele overweging om dat te doen is zeker aan de orde als de organisatie veel gebruik maakt van flexers. De OR vertegenwoordigt immers het personeel in het overleg met de bestuurder en als de flexkrachten een aanzienlijk onderdeel van dat personeel uitmaken, dan horen ze ook in de OR zelf vertegenwoordigd te zijn.