Naleving WOR rammelt

De spelregels uit de Wet op de ondernemingsraden (WOR) worden in de OR-praktijk van alledag niet erg goed nageleefd. Dat blijkt uit de eerste onderzoeksresultaten onder meer dan 400 ondernemingsraden in de ‘monitOR 2015-2016’. Het loopt niet altijd goed op het gebied van de informatievoorziening, het twee keer per jaar te houden overleg over de algemene gang van zaken en menige OR wordt niet om advies gevraagd terwijl dat wel zou moeten. Vergelijk de uitkomsten eens met de werkwijze in uw eigen OR en maak – als dat nodig is – afspraken met uw bestuurder om het voortaan beter te doen.
 
Informatie voor de OR
Het ‘meeweten’ is voor ondernemingsraden van het grootste belang. Zonder die informatie kan een OR immers niet ‘meepraten’ en ‘meebeslissen’. In de praktijk schort er nog het nodige aan de informatievoorziening, in 48% van de gevallen is door de OR de gevraagde informatie niet compleet en in 63% is die niet tijdig. Voor een ondernemingsraad zijn deze cijfers misschien een goede aanleiding om de eigen informatievoorziening eens te bekijken en bespreken met de bestuurder.
Uit het onderzoek ‘monitOR 2015-2016’ blijkt dat het met de grote hoeveelheid wettelijk verplichte ongevraagde informatie nog beroerder is gesteld. Maar 35% van de ondernemingsraden krijgt deze informatie volledig van hun bestuurder. Deze ongevraagde informatie gaat o.a. over de organisatiestructuur, verdeling van bevoegdheden, samenstelling van het toezichthoudend orgaan en Raad van Bestuur e.d. De wet schrijft voor (lid 2 van artikel 31) dat de OR bij aanvang van de zittingsperiode de nodige basisinformatie hoort te ontvangen, zoals rechtsvorm van de ondernemer, eventuele statuten of namen van de ondernemingen waarmee wordt samengewerkt en de verhoudingen in de zeggenschap tussen de samenwerkende organisaties. Ook is het verplicht om wijzigingen in deze informatie aan de OR door te geven. 
In de praktijk blijkt de ondernemingsraad vaak om deze ongevraagde informatie te moeten vragen en blijken bestuurders niet zo scheutig in het verstrekken ervan. Voor de ondernemingsraad is er dan de taak om de bestuurder te overtuigen van de – niet alleen wettelijke – noodzaak om deze informatie tijdig en correct te verstrekken. Het voorkomt stroperige advies- en instemmingsprocedures en zal de samenwerking tussen OR en bestuurder en de kwaliteit van de inhoudelijke adviezen ongetwijfeld positief bevorderen. 
 
Magere naleving van WOR-artikel 24
Twee keer per jaar overleggen ondernemingsraad en bestuurder over de algemene gang van zaken in de onderneming. Dat is althans de verplichting die door artikel 24 van de WOR aan de overlegpartijen wordt opgelegd. Uit de MonitOR 2015-2016 blijkt dat er aan de naleving van dit artikel ook het nodige schort.
De wetgever heeft deze vergaderingen destijds nadrukkelijk in de WOR vastgelegd om daardoor het afleggen van verantwoording voor behaalde resultaten (financieel, sociaal) te bevorderen en de ondernemingsraad gelegenheid te bieden om met de bestuurder afspraken te maken over vroegtijdige betrokkenheid bij voorgenomen besluiten. Voor deze vergaderingen geldt ook een verschijnplicht voor (een delegatie) van het toezichthoudend orgaan, zoals een Raad van Toezicht (RvT) of een Raad van Commissarissen (RvC). De verschijnplicht vervalt als er door de ondernemer vijf of meer ondernemingen in stand worden gehouden waarvoor een ondernemingsraad is ingesteld. 
 
De praktijk
Bij zo’n 20 procent van de ondernemingsraden wordt het overleg maar 1x per jaar gehouden en bij 17 procent nooit. Het betekent dat in ruim een derde van de organisaties waarvoor een OR is ingesteld het artikel 24-overleg niet conform de WOR met elkaar wordt gevoerd.
Als dit overleg al wel plaatsvindt, blijkt de toezichthouder vaak te ontbreken. Van de 59 procent van de ondernemingsraden waar minimaal 1x per jaar een artikel 24 overleg is geweest en die een toezichthouder hebben, geeft ruim 43 procent aan dat de toezichthouder nooit aanwezig is bij een artikel 24-overleg. In 74 procent van de gevallen is de toezichthouder nooit aanwezig en maar 4 procent van de ondernemingsraden meldt dat de toezichthouder altijd aanwezig is bij de overlegvergadering wanneer een adviesaanvraag wordt besproken, want ook dan is er een verschijnplicht voor het toezichthoudend orgaan (WOR, artikel 25, 4e lid). De ondernemingsraad mag afzien van de verschijnplicht.
Uit de monitor blijkt ook dat een derde van de 400 ondervraagde ondernemingsraden nooit informeel contact te hebben met de RvT of RvC. Dat contact kan van belang zijn, bijvoorbeeld als een nieuwe bestuurder geworven moet worden of ontslag voor de huidige bestuurder is aangevraagd. 
Het loont daarom de moeite om in dit informele contact te investeren. In de praktijk willen bestuurders daar graag bij zijn. Het is aan de overlegpartijen om uit te maken of dit wenselijk is of niet.
 
Gemiste adviesaanvragen en instemmingsverzoeken
Maar liefst 60 procent van de ondernemingsraden heeft één of meer keren geen adviesaanvraag ontvangen terwijl dat wel had gemoeten. En 37 procent kreeg – één of meer keren- geen instemmingsverzoek voor het instellen, wijzigen of intrekken van een personele regeling. 
Gemiddeld kregen de aan het onderzoek deelnemende ondernemingsraden zo’n 6,5 keer per jaar een adviesaanvraag en 4 keer een instemmingsverzoek voorgelegd. 
Al met al veel gemiste kansen voor OR en bestuurder om invloed uit te oefenen op de belangrijke besluiten. Een goed voorbereide vergadering over de algemene gang van zaken, met daarin een vooruitblik over de besluiten in voorbereiding, zorgt voor het vergroten van de invloed door de OR. De raad kan immers in dat overleg afspraken maken over de wijze waarop de OR bij de besluiten betrokken wil en kan worden. 
 
Adviseren over reeds genomen besluiten heeft geen zin, maar een welgemeend advies van de ondernemingsraad aan de bestuurder als die het indienen van een adviesaanvraag of instemmingsverzoek heeft verzuimd is altijd op zijn plaats.
 
Meer lezen over de onderzoeksresulaten?
  • Toepassing informatie- en initiatiefrecht: Klik hier
  • Toepassing artikel 24: klik hier
  • Toepassing adviesrecht: klik hier

Zelf aan de slag met de toepassing van de WOR in de eigen OR-praktijk?

Klik hier