OR gaat niet over de cao onderhandelen

Als het aan minister Asscher van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ligt zijn het de vakorganisaties die over de cao’s in branches en bedrijven onderhandelen en krijgt de OR daar geen grotere invloed op. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.
 
De minister reageert in zijn brief op ideeën uit de Tweede Kamer om de medezeggenschap te versterken. Hij vindt het nog steeds een goede afspraak dat het instemmingsrecht van de OR vervalt als de betreffende regeling al inhoudelijk in de cao geregeld is. Op die manier hebben de vakbonden het eerste recht om een regeling af te spreken. In veel cao’s is dat bijvoorbeeld op het gebied van de pensioenen het geval. De minister vindt dat de professionele onderhandelaars van de bonden beter in staat zijn om goede onderhandelingsresultaten te behalen. Bijvoorbeeld omdat ze geen hiërarchische verhouding met de werkgever hebben en zich daardoor onafhankelijk kunnen opstellen. De minister ziet in cao’s voldoende ruimte voor de medezeggenschap om invloed te hebben op onderdelen van de cao-afspraken, zoals de cafetariasystemen.
 
De minister komt nog met een reactie op de andere voorstellen van de Tweede Kamer om de medezeggenschap te verstreken, bijvoorbeeld over de beloning van topbestuurders, de medezeggenschap voor flexwerkers en de rol van de medezeggenschap bij faillissement of uitstel van betaling.
 
Zelf de brief van minister Asscher lezen? Klik hier