OR stemt terecht niet in met variabel beloningssysteem

Als een ondernemingsraad niet instemt met een wijziging van de variabele beloning van salesmedewerkers draait het uit om een procedure bij de kantonrechter. De werkgever probeerde daar vervangende instemming te krijgen om alsnog de wijziging te kunnen doorvoeren.
 
Het bedrijf is een Nederlandse vestiging van een Amerikaanse onderneming. Die stelt jaarlijks de salarissen van de salesmedewerkers vast. Aan de OR wordt instemming gevraagd voor een aanpassing van de beloningsregeling in 2015. De OR stemt niet in, omdat het voorgenomen besluit tot een verslechtering van de inkomens voor deze medewerkers leidt en de argumenten van de ondernemer slecht onderbouwd en niet zwaarwegend zijn.
De ondernemer stapt naar de kantonrechter om alsnog toestemming te krijgen voor het beloningsplan 2015. Hij betoogt dat het materieel niet veel verschilt van het plan uit 2014 waarover medewerkers en OR toen geen bezwaren hebben geuit. En daarom is het bezwaar dat nu door de OR wordt aangedragen niet terecht.
 
Oordeel kantonrechter
De kantonrechter begint met vast te stellen dat het instemmingsrecht van de ondernemingsraad uit de WOR betrekking heeft op het instellen, wijzigen of intrekken van een beloningssysteem. In de voorgenomen wijziging is geen sprake van een gewijzigd beloningssysteem, maar omdat zowel OR als ondernemer niet van mening verschillen over de vraag of het beloningsplan 2015 de instemming van de OR behoeft is de vraag of er wettelijk gezien instemmingsrecht van toepassing is niet relevant. Het instemmingsrecht is voor het wijzigen van een beloningssysteem aan de orde en geldt niet over de hoogte van de beloningen.
De OR betoogt dat de voorgestelde regeling een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden tot gevolg heeft. Percentages die bepalen of toeslagen worden uitgekeerd zijn aangepast, zodat het moeilijker wordt om daarvoor in aanmerking te komen. En ook al gaat het om een beperkte groep medewerkers, de OR behoort op te komen voor de belangen van alle medewerkers, aldus de kantonrechter.
Hij vindt dat de ondernemer op geen enkele manier aannemelijk heeft gemaakt dat de versobering van de arbeidsvoorwaarden een bedrijfseconomische noodzaak hebben en wijst het verzoek van de ondernemer af.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier