Vakbond alsnog belanghebbende bij instellen OR

In hoger beroep kreeg vakbond FNV alsnog van de rechter gelijk in een procedure waarin de bond een werkgever wilde dwingen een ondernemingsraad in te stellen. Eerder in de procedure had de kantonrechter de bond nog als ‘geen belanghebbende’ niet ontvankelijk verklaard. Het bedrijf heeft vroeger wel een OR gehad, maar die is collectief afgetreden en er waren destijds geen nieuwe kandidaten te vinden. 
 
Eerst naar de bedrijfscommissie
De bond had de werkgever gevraagd om – op basis van de WOR – opnieuw een ondernemingsraad in te stellen. Dat wilde de werkgever niet en daarop heeft de bond vrijwillig aan bedrijfscommissie Markt I gevraagd om te bemiddelen tussen de twee partijen. De bedrijfscommissie onderstreept in het advies ook de verplichting voor de werkgever om een OR in te stellen en benadrukt dat er al sprake is van een rechtsgeldige OR als er een meerderheid aan leden te vinden valt binnen het aantal dat in artikel 6 van de WOR genoemd wordt. De kleinste OR-formatie bestaat uit 5 leden, dus een OR van drie gekozen leden kan al rechtsgeldig functioneren. Eventueel kan er afgeweken worden van de in artikel 6 genoemde getallen als dat maar in het belang is van een goed functioneren van de onderneming. 
Maar de ondernemer neemt het advies van de bedrijfscommissie niet over en geeft geen toestemming voor het instellen van een OR met minder dan vijf leden. Ze beroept zich op twee enquêtes onder het personeel waaruit blijkt dat er geen animo voor de OR te vinden is.
 
Dan naar de kantonrechter
Daarop heeft FNV Bondgenoten bij de kantonrechter de werkgever verzocht om een OR in te stellen, daarvoor verkiezingen uit te schrijven en de bond een kopie van het voorlopig reglement daarvoor toe te zenden. Maar… de kantonrechter vond de vakbond niet ontvankelijk in deze eis en veroordeelde de bond tot betaling van de proceskosten. Daarop ging de bond in hoger beroep.
 
Hoger beroep bij het hof
De rechter bij het hof oordeelt dat de kantonrechter ten onrechte de vakorganisatie geen belanghebbende heeft gevonden. In de uitspraak wordt vooral verdere invulling gegeven aan het begrip ‘belanghebbende’ uit artikel 36, 1e lid van de Wet op de ondernemingsraden.
Volgens de werkgever is de vakbond geen belanghebbende zoals genoemd in art. 9 lid 2 onder a WOR (‘een vereniging van werknemers, die in de onderneming werkzame kiesgerechtigde personen onder haar leden telt, krachtens haar statuten ten doel heeft de belangen van haar leden als werknemers te behartigen en als zodanig in de betrokken onderneming of bedrijfstak werkzaam is en voorts ten minste twee jaar in het bezit is van volledige rechtsbevoegdheid, mits zij met haar leden in de onderneming over de samenstelling van de kandidatenlijst overleg heeft gepleegd. Ten aanzien van een vereniging die krachtens haar statuten geacht kan worden een voortzetting te zijn van een of meer andere verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, wordt de duur van de volledige rechtsbevoegdheid van die vereniging of verenigingen voor de vaststelling van de tijdsduur van twee jaar mede in aanmerking genomen’), en daarom ook geen belanghebbende in de zin van art. 36 lid 1 WOR. Daar is het hof niet mee eens.
Artikel 36, lid 1 van de WOR luidt: ‘Iedere belanghebbende kan de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de ondernemer of de ondernemingsraad gevolg dient te geven aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald omtrent het instellen of in stand houden van een ondernemingsraad, het vaststellen van een voorlopig of een definitief reglement van de ondernemingsraad, de kandidaatstelling voor en de verkiezing van de leden van de ondernemingsraad, alsmede omtrent het bekend maken van agenda’s en verslagen van vergaderingen, een en ander voor zover dit van de ondernemer of de ondernemingsraad afhangt.’ Door de invoering in de WOR van het begrip ‘belanghebbende’ in 1990 en de behandeling die de voorstellen daartoe in de Tweede Kamer kregen wordt duidelijk dat de invulling van het begrip ‘belanghebbende’ flexibel is en het aan de rechter is dit begrip in te vullen. ‘Wij achten het in bijzondere omstandigheden denkbaar dat ook niet in de onderneming werkzame personen, die een bepaalde band hebben met een onderneming en om die reden geacht kunnen worden belang te hebben bij de totstandkoming en vormgeving van de medezeggenschap in die onderneming, door de rechter als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Te denken valt ook aan familieleden of organisaties die opkomen voor de belangen van (groepen van) personeelsleden. Concurrerende ondernemers vallen niet onder het begrip «iedere belanghebbende», omdat de totstandkoming en vormgeving van de medezeggenschap in een onderneming uitsluitend een zaak moet blijven van alle bij die onderneming betrokkenen, en niet van de concurrentie’, zo valt te lezen in het Memorie van Antwoord dat naar de Tweede Kamer is gestuurd. En daarom is de vakbond wel degelijk als belanghebbende aan te merken, ook omdat in de statuten van de bond staat dat een doel is om de medezeggenschap van werknemers te bevorderen. Maar… de bond heeft onvoldoende aangetoond dat 20% van de werknemers lid zijn van deze bond.
 
Volgens het hof is het bedrijf verplicht om conform de bepalingen van artikel 2 in de WOR een ondernemingsraad in te stellen. De werkgever heeft via zijn enquêtes maar drie medewerkers bereid gevonden om zich kandidaat te stellen en de werkgever gaat niet akkoord met een OR die uit minder dan vijf zetels bestaat.
Het hof vindt dat ook een raad van drie leden en twee vacatures een rechtsgeldige ondernemingsraad is. 
Het hof veroordeelt als volgt:
  • De werkgever moet een OR instellen;
  • De werkgever moet dat doen op basis van een voorlopig reglement;
  • De vakbond wordt gezien als belanghebbende, ook al is het bedrijf nergens bij aangesloten, maar voert het wel activiteiten uit in een branche waarbinnen de bond cao’s afsluit;
  • Daarmee dient ook het voorlopig reglement aan de bond te worden toegezonden;
  • Er komt een dwangsom van € 5000 per dag die door het bedrijf langer wordt genomen om de OR in te stellen;
  • Het bedrijf wordt veroordeelt in het betalen van de kosten voor zowel de procedure bij de kantonrechter als bij het hof.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier
 

1 reactie

  1. 3venezuela op 22 juni 2022 om 15:04

    3addressed