Arbocatalogus blijkt behoorlijk onbekend

Maar liefst 87 procent van de werkgevers weet niet dat er voor de eigen branche een arbocatalogus bestaat. In zo’n arbocatalogus staan de meest voorkomende arbeidsrisico’s van de branche beschreven, samen met de oplossingen die helpen om die risico’s kleiner en aanvaardbaar te maken. En als de Inspectie SZW komt controleren, dan wordt de arbocatalogus als leidraad gebruikt om vast te stellen of het bedrijf zich aan de arboregels houdt. Wat weet de OR zelf van de eigen arbocatalogus?
 
Het doel van de arbocatalogus is om de veel voorkomende arbeidsrisico’s in elke branche via maatwerk aan te pakken. De overheid schrijft voor wat er gedaan moet worden, werkgevers en vakorganisaties hoe dat per branche aangepakt wordt. 
In de meeste gevallen worden de catalogi bij het ministerie van SZW aangemeld en wordt dan opgenomen in een arbobeleidsregel.
 
Taak voor de OR
Vooral op het gebied van de arbeidsomstandigheden heeft elke ondernemingsraad – bij wet – de nodige bevoegdheden gekregen. Niet alleen is er instemmingsrecht op allerlei regelingen (RI&E, Plan van aanpak, BHV, ziekteverzuim- en re-integratiebeleid e.d.) op dat gebied, maar heeft de OR ook de taak om toezicht te houden op de naleving van alle regels en regelingen. Dus ook op de naleving van de eigen arbocatalogus van de branche. Vraag eens aan de bestuurder of hij bij die 13 procent van de werkgevers hoort die wel met de catalogus werken of bij die 87 procent die dat (nog) niet doet. En maak afspraken over de wijze waarop hij – indien hij tot de laatste categorie behoort – daar alsnog werk van gaat maken.
 
  • Zelf een getoetste arbocatalogus raadplegen? Klik hier
  • Zelf het verslag van de StvdA lezen? Klik hier