Ontslagbescherming OR-leden na 1 juli 2015

Met de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) veranderen de ontslagregels fors. Zo komt er het recht op een wettelijke ontslagvergoeding in de vorm van een transitievergoeding en zijn er twee ontslagroutes: via het UVW of via de kantonrechter. De ontslagbescherming van OR-leden blijft onder de nieuwe wet nagenoeg gelijk. Ontslag om bedrijfseconomische redenen blijft – ook voor een OR-lid – mogelijk. 
 
Elk OR-lid is door de WOR beschermt tegen ontslag en overige benadeling vanwege zijn OR-lidmaatschap. Bij een eventueel ontslag zal de werkgever bij de kantonrechter aannemelijk moeten maken dat het ontslag geen verband houdt met de OR-werkzaamheden. Vanaf het moment dat OR- en PVT-leden zich kandidaat stellen is de ontslagbescherming van toepassing. Die periode van bescherming stopt nadat een OR- of PVT-lid twee jaar uit de ondernemingsraad of PVT is gestapt. Ook leden van voorbereidingscommissies voor het instellen van een ondernemingsraad vallen onder de ontslagbescherming van artikel 670 van het Burgerlijk Wetboek.
 
Onder WWZ zal bij collectief ontslag om bedrijfseconomische redenen eerst het UWV toetsen of de ontslagregels (afspiegelingsbeginsel) correct is toegepast. Als dat het geval is, dan zal het OR-lid op die basis ontslagen worden. Daarna zal de werkgever alsnog in een procedure bij de kantonrechter het ontslag. Dat hoeft niet als het betreffende OR-lid uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is in een bedrijf of bedrijfsonderdeel dat in zijn geheel gesloten wordt.
 
Zelf over de ontslagbescherming in de Wet werk en zekerheid lezen (blz. 9)? Klik hier
 

1 reactie

  1. 1transit op 20 juni 2022 om 18:53

    2nickname