Overgangsregelingen transitievergoeding

Vanaf 1 juli moeten werkgevers bij ontslag van personeel een transitievergoeding betalen. Daarvoor moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Er zijn door minister Asscher twee voorstellen gedaan over de praktische toepassing van deze vergoeding. Bijvoorbeeld hoe er moet worden omgegaan met deze vergoeding in combinatie met een sociaal plan.
 
De Wet werk en zekerheid (WWZ) geeft elke werknemer die twee jaar op langer in dienst is geweest het recht op een transitievergoeding. Er zijn uitzonderingen op dit recht, bijvoorbeeld als een werknemer jonger is dan 18 jaar en minder dan 12 uur per week gewerkt heeft. 
De voorstellen van de minister gaan over de toepassing van de transitievergoeding in combinatie met andere ontslagregelingen die voor 1-7-2015 zijn ingegaan. 
 
Van tweeën één
Op grond van de Wet werk en zekerheid is de werkgever, als is voldaan aan de voorwaarden, bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst een transitievergoeding verschuldigd indien de beëindigingsprocedure bij UWV of kantonrechter is gestart op of na 1 juli 2015.
Als in de huidige sociale plannen en cao’s geen rekening is gehouden met de transitievergoeding voorrang hebben op de transitievergoeding. Dat geldt totdat deze afspraken worden verlengd of gewijzigd, maar uiterlijk tot 1 juli 2016. De regeling geldt ook nog indien de arbeidsovereenkomst eindigt op of na 1 juli 2016 maar de procedure bij UWV of kantonrechter is gestart voor 1 mei 2016. 
De overgangsregeling is ook van toepassing wanneer een cao nawerking heeft of stilzwijgend wordt verlengd. Dat geldt zowel wanneer de betreffende cao voor 1 juli 2015 is verlopen als wanneer de cao tijdens de looptijd van de regeling verloopt. Zolang de werkgever aan (de nawerking van) de cao is gebonden is hij dus geen transitievergoeding verschuldigd. 
De strekking van al deze bepalingen is dat werkgevers niet dubbel hoeven te betalen, zoals een ontslagvergoeding conform sociaal plan én een transitievergoeding. Belangrijke voorwaarde voor de aftrek van scholingskosten is dat die niet gemaakt zijn om de functie bij de huidige werkgever uit te oefenen. De werkgever is al verplicht om deze kosten zelf te betalen.
 
Invloed van de werknemer
De voorstellen voorzien ook in het recht van elke werknemer dat van tevoren toestemming moet worden gegeven voor het in mindering brengen van kosten op de transitievergoeding. Dat recht vervalt echter als de werkgever deze kosten maakt omdat daarover in de cao afspraken zijn gemaakt of als het om een duale opleiding gaat. Er mag – vanaf ontslagdatum – tot vijf jaar terug worden gerekend voor het bepalen van de kosten die de werkgever voor zijn werknemer gemaakt heeft. 
De OR kan met de bestuurder afspraken maken over de manier waarop werknemers worden geïnformeerd over de kosten die de werkgever van een eventuele transitievergoeding wil aftrekken.
 
Meer lezen over de overgangsregelingen? Klik hier