Geen voorkeurspositie OR-lid bij ontslag

Een manager wordt wegens bedrijfseconomische redenen ontslagen. Maar hij is ook OR-lid, zodat zijn ontslagprocedure via de kantonrechter verloopt. Die laat in zijn uitspraak ruimte voor nader onderzoek naar de toepassing van het sociaal plan voor deze medewerker. Op het moment van de behandeling door de kantonrechter was nog niet duidelijk hoe dat voor hem zou uitpakken.
 
De kantonrechter constateert dat de ontslagregels van het UWV keurig zijn gevolgd en de manager terecht voor ontslag is voorgedragen. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden. Wel is het de vraag of het sociaal plan voor deze werknemer goed uitpakt. Er valt nu niet af te leiden hoe de werknemer geholpen wordt bij het vinden van ander werk, hoe lang die hulp gaat duren en hoe het beëindigen van de arbeidsovereenkomst uiteindelijk zal verlopen.
De kantonrechter kiest er niet voor om de kantonrechtersformule toe te passen (want dat had ook gekund), omdat daardoor ongelijkheid zou ontstaan met de andere medewerkers die onder het sociaal plan vallen. De rechter vindt zo’n afwijkende positie – enkel en alleen veroorzaakt door het OR-lidmaatschap van de medewerker – niet juist.
Hij laat wel voor de medewerker de ruimte om een afzonderlijke procedure te starten als blijkt dat de criteria van de Toetsingscommissie voor het sociaal plan voor hem onredelijk uitpakken.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier

2 reacties

  1. 1valuables op 22 juni 2022 om 15:06

    2connection



  2. 3smilies op 4 juli 2022 om 15:52

    2homicide