OR bepaalt zelf zijn scholing

Als bestuurder en ondernemingsraad van mening verschillen over de toepassing van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), dan kunnen ze dat geschil bemiddeling voorleggen aan de Bedrijfscommissie. Dat deden ook een OR en bestuurder in een meningsverschil over de scholing van de ondernemingsraad.
 
Het geschil tussen bestuurder en OR ging over de keuzevrijheid van de ondernemingsraad voor het volgen van scholing. Hoeveel keuzevrijheid heeft de OR en waarover mag de bestuurder nog beslissen? Het geschil – de eerste voor de speciale Scholingskamer van de Bedrijfscommissie Markt I – werd door OR en bestuurder gezamenlijk voor bemiddeling ingediend.
Volgens de bestuurder is de scholing voor de OR niet anders dan de scholing voor andere werknemers. Werkgever en werknemer bepalen samen welke ontwikkeling noodzakelijk is en welke opleiding daarvoor ingezet zou kunnen worden. De OR is echter van mening dat de raad zelf beslist over zijn scholing.
 
Volgens de Scholingskamer mag de OR – in beginsel – binnen het wettelijk minimum van vijf dagen per jaar zelf zijn scholing bepalen. Is er meer scholing gewenst dan het wettelijk minimum, dan is daarvoor de instemming van de bestuurder nodig. En voor de kosten van de scholing moeten binnen het redelijke worden gehouden. De richtbedragen van de SER ( € 940 per dagdeel per opleider in 2015) worden daarvoor maatstaf gebruikt. De ondernemingsraad mag zelf de inhoud van de cursus bepalen.
Vanzelfsprekend is er vervolgens wel overleg nodig met de bestuurder over het tijdstip waarop de cursus gehouden wordt en over de bijkomende kosten voor scholingslocatie en verblijf. 
 
Zelf het verslag van de scholingskamer lezen? Klik hier
Meer informatie over de procedure bij de scholingskamer? Klik hier