Wetten aangepast voor verlof en arbeidstijden

Op 14 oktober 2014 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden ingestemd. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat, dan wordt het combineren van werk- en zorgtaken nog makkelijker.
 
Zo wordt het bevallingsverlof van moeder aan de vader/partner overgedragen als moeder onverhoopt bij de bevalling komt te overlijden. En het bevallingsverlof van moeder wordt verlengd als het kind na een langdurige ziekenhuisopname (bijvoorbeeld als gevolg van een vroeggeboorte) naar huis mag. De moeder krijgt de gelegenheid om het kind gedurende 10 weken thuis te verzorgen. Daarmee wordt de huidige maximale periode van 16 weken (meestal 6 weken voorafgaand aan de bevalling en 10 weken erna) verlengd.
 
Partners van de moeder krijgen het onvoorwaardelijke recht tot het opnemen van drie dagen ouderschapsverlof als het kind geboren wordt. Ook kan zorgverlof worden opgenomen voor iemand anders dan familie, zoals vrienden, buren e.d. Ook mag een werknemer voortaan elk jaar aan zijn werkgever vragen om de overeengekomen arbeidsduur te wijzigen. Tot nu toe kan dat maar één keer per twee jaar.
 
De wijzigingen op een rijtje
De wijzigingen worden in twee wetten aangebracht: De Wet arbeid en zorg en de Wet aanpassing arbeidsduur.
 
Wijzigingen Wet arbeid en zorg:
  • Vergroting gebruiksmogelijkheden van het ouderschapsverlof door:
  • Onvoorwaardelijk recht op drie dagen opname voor vaders bij geboorte kind;
  • Het laten vervallen van de wettelijke bepalingen aan de wijze van aanvraag en
  • Het laten vervallen van de eis dat men 1 jaar in dienst moet zijn bij de werkgever.
  • Flexibilisering van het pleegzorg- en adoptieverlof door:
  • Het toevoegen van de mogelijkheid dat de werknemer het verlof in overleg met de werkgever gespreid kan opnemen (is nu 4 weken aaneengesloten);
  • Verruiming van opnametermijn van 18 naar 26 weken rond opname van het kind.
  • Uitbreiding van het bevallingsverlof voor gevallen waarbij het kind na geboorte langdurig in het ziekenhuis moet worden opgenomen;
  • Overdracht bevallingsverlof ingeval van overlijden moeder;
  • Flexibilisering van de opname van langdurend zorgverlof door het laten vervallen van de wettelijke beperkingen voor de wijze van aanvraag;
  • Uitbreiding van de werkingssfeer van het kort- en langdurend zorgverlof naar werknemers die zorgen voor broers en zussen, grootouders en kleinkinderen, huisgenoten of anderen in de sociale omgeving;
  • Uitbreiding langdurig zorgverlof: noodzakelijke zorg ingeval van ziekte en hulpbehoevendheid;
  • Verheldering van de werkingssfeer van het calamiteiten- en kortverzuimverlof door toevoeging van het criterium ‘onvoorziene omstandigheden’ als grondslag van verlof en uitdrukkelijk omschrijven van ziekenhuisbezoek door de werknemer en noodzakelijke begeleiding van naasten bij medische zorg.
 
Wet aanpassing arbeidsduur:
  • Verkorten van de termijn waarop een nieuwe aanvraag tot aanpassing van de contractuele arbeidsduur kan worden gedaan van 2 naar 1 jaar;
  • Introductie van de mogelijkheid om bij onvoorziene omstandigheden (zoals een plotseling zieke partner) af te wijken van de procedurele bepalingen, bijvoorbeeld de aanvraagtermijn.