OR-commissie bakkeleit over roosters

Aan een OR-commissie van de KLM-ondernemingsraad wordt instemming gevraagd met een wijziging in de (vakantie)roosters. De OR-commissie gaat niet akkoord met het voorstel en stemt niet in. De ondernemer wil de wijzigingen toch doorvoeren en stapt naar de kantonrechter voor vervangende instemming. Op welke gronden komt de kantonrechter tot zijn besluit?
 
De KLM voert bij de kantonrechter aan dat de OR-commissie maar weinig ruimte heeft om niet in te stemmen met het voorstel, omdat al veel aspecten rondom de roosters al in de standaard-CAO geregeld zijn. De werkgever wil dat een bagageafdeling kosten bespaart en efficiënter werkt.
De OR-commissie stemt niet in omdat personeel ter compensatie van de wijzigingen vaker moet komen opdraven om dan korter te werken. En bruto wordt € 1,50 per maand ingeleverd door een werknemer, omdat de weekeindtoeslag wat om laag gaat. 
 
Wel of geen instemmingsrecht
Het geschil tussen werkgever en commissie gaat ook over het feit of er – al dan niet – sprake is van instemmingsrecht. Als regelingen uit de limitatieve opsomming in het eerste lid van artikel 27 van de WOR al in een CAO inhoudelijk zijn geregeld vervalt het instemmingsrecht van de OR. De kantonrechter stelt vast dat het onderwerp weliswaar in de CAO genoemd wordt, maar er geen sprake is van een uitputtende regeling. Van het instemmingsrecht van de ondernemingsraad is dus wel sprake.
 
De kantonrechter ziet de nadelen die de OR heeft ingebracht, maar vindt dat die niet in verhouding staan tot de kostenreductie die de werkgever kan behalen door de roosters zoals voorgesteld in te voeren. De werkgever krijgt dan ook vervangende instemming van de kantonrechter om de rooster conform het voorstel in te voeren.
 
Zelf de uitspraak van de kantontrechter lezen? Klik hier