OR versus bestuurder in de Ondernemingskamer

De ondernemingsraad van een technologiebedrijf stapt naar de Ondernemingskamer (OK) omdat de personele gevolgen van een reorganisatie onvoldoende duidelijk zijn. De OK vindt dat de werkgever zijn best heeft gedaan om de OR van informatie te voorzien, maar krijgt de OR toch gelijk?
 
In het bedrijf lopen tegelijkertijd twee reorganisaties. De eerste reorganisatie betrof het samenvoegen van twee subafdelingen. Bij de tweede reorganisatie wordt er gemikt op meer efficiëntie en minder lagen in de organisatie. Er vervallen geen functies of arbeidsplaatsen. Voor deze reorganisatie wordt aan de OR advies gevraagd waarbij functies uit de eerste reorganisatie komen te vervallen en opgaan in andere functies binnen de organisatie. De OR adviseert negatief, vooral omdat de raad onvoldoende geïnformeerd werd over de ontwikkeling van de grote organisatie.
 
De Ondernemingskamer vindt dat de OR te hoge eisen stelt aan de informatievoorziening. Zo is er gevraagd naar een evaluatierapport dat er niet is en vindt de OK dat de bestuurder in de loop van de tijd afdoende heeft aangetoond dat organisatieveranderingen en bezuinigingen noodzakelijk waren.
De ondernemingsraad krijgt wel gelijk in zijn bezwaar dat de OR over de personele gevolgen onvoldoende is ingelicht. De ondernemer heeft geen toereikend overzicht gegeven van de te verwachten gevolgen voor het personeel en de maatregelen die getroffen worden om die gevolgen op te vangen. Volgens de ondernemer zouden die volgens ‘standard practice’ worden afgehandeld. 
Zelfs als de ondernemingsraad op de hoogte was van de inhoud van de ‘standard practice’ had het op de weg van ondernemer gelegen om – op verzoek van de OR – in de adviesprocedure schriftelijk uitleg te bieden in plaats van te verwijzen naar eerder gegeven mondelinge toelichtingen.
De OK ziet dit gebrek aan informatie op dit punt van de ondernemer als een ernstige tekortkoming in het naleven van de bepalingen uit artikel 25 – lid 3 van de WOR (Bij het vragen van advies wordt aan de ondernemingsraad een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben en van de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen.), maar ook van lid 5 (  Indien na het advies van de ondernemingsraad een besluit als in het eerste lid bedoeld wordt genomen, wordt de ondernemingsraad door de ondernemer zo spoedig mogelijk van het besluit schriftelijk in kennis gesteld. Indien het advies van de ondernemingsraad niet of niet geheel is gevolgd, wordt aan de ondernemingsraad tevens meegedeeld, waarom van dat advies is afgeweken. Voor zover de ondernemingsraad daarover nog niet heeft geadviseerd, wordt voorts het advies van de ondernemingsraad ingewonnen over de uitvoering van het besluit.). De ondernemer moet zijn besluit intrekken.
 
Zelf de uitspraak van de Ondernemingskamer lezen? Klik hier