Gedoe over faciliteitenregeling

Een ondernemingsraad spreekt met de bestuurder een stel afspraken af over de tijd die OR-leden aan het OR-werk kunnen besteden. Voorzitter en secretaris worden daardoor voor 50% vrijgesteld van hun gebruikelijke werkzaamheden om daardoor hun OR-taken te kunnen uitvoeren. Als de bestuurder eenzijdig besluit dat dit voortaan nog maar 8 uur per week mag zijn draait het uit op een procedure bij de kantonrechter.
 
De OR spreekt in 2011 met de bestuurder de ‘Spelregels rond het lidmaatschap van de Ondernemingsraad’ af. Daarin staan de afspraken over de tijd die de OR-leden aan het OR-werk kunnen besteden. In juli 2013 laat de bestuurder weten dat voor de voorzitter en secretaris de beschikbare tijd wordt teruggeschroefd tot 8 uur per week. De OR vindt dat de afspraken uit 2011 gezien moeten worden als een ondernemingsovereenkomst (artikel 32 van de WOR) en dat er geen sprake kan zijn van een eenzijdige wijziging van de afspraken uit dat document. De werkgever vindt ondermeer dat de OR gehouden is om met de bestuurder redelijke afspraken te maken en dat de ‘spelregels’ vooral bedoeld waren om de leidinggevenden te informeren en het dus geen ondernemingsovereenkomst zou betreffen.
 
De kantonrechter komt tot het oordeel dat de ‘Spelregels rond het lidmaatschap van de Ondernemingsraad’ een ondernemingsovereenkomst betreft, ook al is die na vaststelling niet in afschrift naar de bedrijfscommissie gezonden.
De ondernemingsraad wordt in het gelijk gesteld. Daardoor kan de bestuurder de afspraken uit de ‘spelregels’ niet eenzijdig wijzigen. Voorzitter en secretaris behouden daardoor de mogelijkheid om 50% van hun werktijd aan de medezeggenschap te besteden.
 
Faciliteitenregeling goed vastleggen
Deze procedure bij de kantonrechter toont eens te meer aan dat het van belang is om de afspraken over de faciliteiten voor het OR-werk in de vorm van een ondernemingsovereenkomst vast te leggen. Met een verwijzing naar artikel 32 van de WOR en de handtekeningen van bestuurder en de voorzitter van de OR eronder is dat al snel het geval. Als voor de volledigheid een afschrift van die afspraken ook naar de bedrijfscommissie worden gestuurd is aan alle formele voorwaarden voor een ondernemingsovereenkomst voldaan. Beide partijen zijn er aan gebonden en van een eenzijdige wijziging kan gaan sprake zijn.
 
Zelf de uitspraak van de kantonrechter lezen? klik hier