Werkkostenregeling per 1-1-2015 verplicht

Er zijn al bedrijven en organisaties die er al vrijwillig mee werken, maar op 1 januari 2015 is voor alle organisaties de Werkkostenregeling (WKR) verplicht. De regeling wordt wel aangepast om de toepassing ervan in de praktijk te vereenvoudigen. Dat zorgt – vanwege de bekostiging – wel voor een verlaging van de belastingvrije ruimte, want die zakt van 1,5 naar 1,2 procent van de loonsom.
 
Aanpassingen WKR
Er worden een vijftal wijzigingen doorgevoerd in de regeling. Zo komt ondermeer het onderscheid in de fiscale behandeling van computers, tablets en smartphones te vervallen. Als een werknemer een tablet nodig heeft voor zijn werk, kan de werkgever die verstrekken zonder dat de werknemer er belasting over moet betalen of de tablet van de vrije ruimte snoept. De werkgever hoeft bij apparatuur namelijk geen rekening meer te houden met het privévoordeel voor de werknemer. 
Daarnaast hoeft de werkgever maar één keer per jaar vast te stellen wat zijn verschuldigde belasting in het kader van de WKR is. Ook wordt de regeling voor concerns eenvoudiger uit te voeren, omdat er niet langer een splitsing gemaakt hoeft te worden tussen vergoedingen en verstrekkingen die deels ten behoeve van werknemers van het ene concernonderdeel komen en deels ten behoeve van een ander
Als er voor het personeel een personeelskorting geldt om producten te kopen die in het bedrijf gemaakt of verhandeld worden, dan wordt die in de vorm van een gerichte vrijstelling in de WKR gecontinueerd.
Tot slot wordt er ook wat gedaan aan de verwarring over een vergoeding, verstrekking of ter beschikkingstelling. Er wordt in de WKR een nieuwe gerichte vrijstelling worden ingevoerd ten aanzien van een aantal werkplekgerelateerde voorzieningen waarvoor nu een nihilwaardering geldt. En daaronder valt dan alles wat eerder verstrekt, vergoed of ter beschikking werd gesteld.
 
Rol van de OR
Over het algemeen heeft de ondernemingsraad geen formele bevoegdheden op het WKR-gebied. Alleen als het onderwerp in artikel 27 lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) voorkomt is het instemmingsrecht van de OR van toepassing. Dat geldt ook als OR en bestuurder in een ondernemingsovereenkomst (artikel 32) aanvullende afspraken over instemmingsrecht op WKR-gebied hebben vastgelegd.
Maar er staat de raad niets in de weg om de invoering van de WKR met de bestuurder te bespreken en zelf met voorstellen te komen. Agenderen dus voor het overleg, al is het maar om van de bestuurder aan de weet te komen welke voorstellen hij heeft voor de invoering van de WKR in bedrijf of organisatie. 
 
Zelf de brief over de aanpassing van de WKR lezen? Klik hier