Flexibele contracten blijven toenemen

Het aantal werknemers dat met een flexibel contract aan het werk is zal de komende jaren toenemen. Naar verwachting zal in 2020 zo’n 30 procent van het personeel in organisaties en bedrijven uit flexibel personeel bestaan. Uitzendkrachten, ZZP-ers en oproepkrachten e.d. zullen steeds meer onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering. Voor elke OR een uitdaging om ook deze – steeds groter wordende – groep medewerkers te vertegenwoordigen.
 
TNO deed onderzoek naar de flexibele schil in bedrijven. In 2007 bevatte die schil zo’n 20 procent van het personeel. Nu ligt dat op 25 procent en is de verwachting reëel dat dit nog verder stijgt naar 30 procent in 2020. De onderzoekers verwachten die toename vooral in de bedrijven waarin nu ook al met flexkrachten wordt gewerkt.
 
Kwaliteit in flexwerk
De overheid wil zelf het goede voorbeeld geven in het inhuren van tijdelijk personeel. Zo wordt de inhuur via payrollbedrijven gestopt en gaat de overheid zelf weer schoonmakers in dienst nemen. Ook wil minister Asscher van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een pensioenfonds voor ZZP-ers op te zetten.
 
Uitdaging voor de OR
De toename van flexibele krachten vormt voor de OR een belangrijke uitdaging. Enerzijds is er de praktische kant in het werk van alledag. Steeds wisselende krachten moeten steeds opnieuw ingewerkt worden, dat levert extra werkdruk en -stress op voor de vaste krachten die dat inwerken voor hun rekening moeten nemen. Tegelijkertijd zullen veel flexibele werknemers zich minder ge- en verbonden voelen aan de organisatie. ‘We doen ons dingetje’ en daarmee is de kous af. 
De ondernemingsraad vertegenwoordigt de in de onderneming werkzame personen, en daar horen dus ook de flexibele arbeidskrachten bij. De raad kan in zijn eigen OR-reglement bepalingen opnemen om ook deze groep medewerkers de kans te geven op actief & passief kiesrecht (lees een eerder artikel hierover). Daarnaast kan de OR in het overleg met de bestuurder aandringen op goed werkgeverschap voor de tijdelijke krachten. Daarbij hoort ook opleiding, kansen op vast werk en een nette beloning. 
 
Zelf het rapport lezen? Klik hier