Autonomie werknemer goed tegen burn-out

Hoe meer werknemers hun eigen werk kunnen plannen en zelfstandig kunnen uitvoeren, hoe kleiner de kans op een burn-out. Maar als het aantal werknemers in de afgelopen jaren dat zelfstandig zijn werk kan plannen van 60,5% naar 55,6% juist is afgenomen, dan is er (OR)werk te doen om die tendens te stoppen. 
 
Werknemers met een lage mate van zelfstandigheid in hun werk hebben minder mogelijkheden om zelf hun manier van werken, het tempo, de planning en de volgorde van werken te bepalen. Medewerkers aan de lopende band hebben zo’n beetje de laagste mate van autonomie in hun werk. 
Maar ook voor de medewerkers met flexibele contracten blijkt de autonomie te zijn afgenomen. 
 
Uitdaging voor de OR
Het sociaal beleid van bedrijf of organisatie kent vele kanten. Voor de Ondernemingsraad en PVT biedt dit beleidsterrein dan ook veel uitdagingen. Niet allen op het gebied van de gebruikelijke personele regelingen uit artikel 27, maar ook door te zoeken naar mogelijkheden om de zelfstandigheid van de werknemers in hun werk te vergroten. Zo hier en daar zijn er hoopgevende initiatieven, zoals het zelfroosteren. Daarmee kan een werknemer in belangrijke mate zijn eigen arbeidstijden bepalen en werken wanneer dat het best combineert met de andere (zorg)taken van de werknemer. En dat maatregelen om de zelfstandigheid te bevorderen lonen blijkt wel uit de cijfers: bij de werknemers die regelmatig zelfstandig kunnen werken, gaat het om 9% verzuim door burn-out, terwijl dat percentage voor werknemers die nooit of soms zelfstandig werken op bijna het dubbele ligt.
Agendeer het eens voor overleg met uw bestuurder. Die zal vast gevoelig zijn voor het laten dalen van het ziekteverzuim.
 
Zelf de ‘Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2013’ lezen? Klik hier