OR te laat door verstrijken termijn

De OR van een onderdeel van een onderwijsinstelling blijkt te laat met zijn verzoek bij de Ondernemingskamer in Amsterdam. Daaraan vooraf gaat een rommelige adviesprocedure, waarin de OR zelf een belangrijke rol speelt. Het onderstreept nog eens het belang van het juist naleven van spelregels uit de wet bij zoiets belangrijks als het sluiten van een onderneming.
 
OR en bestuurder van een onderwijsinstelling overleggen over het liquideren van een Centrum voor Baan en Beroep. Er is ook gezamenlijk overleg met het personeel, waarin het besluit tot liquidatie wordt medegedeeld. Twee dagen later wordt in een brief aan de OR het definitieve besluit tot liquidatie genomen en vervolgens nog een toelichting gevraagd op het negatieve advies dat de OR heeft uitgebracht. In dat verzoek wijst de bestuurder erop dat de liquidatie na een maand wachttijd – gerekend vanaf het moment waarop de OR van het besluit in deze brief op de hoogte is gebracht – zal worden uitgevoerd.
Dat verzoek wordt een paar weken later herhaald, waarop de OR een dag later een nogmaals – maar nu onderbouwd – negatief advies uitbrengt. De OR vindt dat de bestuurder het besluit niet had mogen nemen en gaan – met behulp van een advocaat – in beroep bij de Ondernemingskamer.
 
Bij de Ondernemingskamer gaat het vervolgens om het tijdstip waarop het besluit genomen is en de termijn die de OR heeft genomen om in beroep te gaan. De OK is het met de bestuurder eens dat de datum van zijn besluit ligt op de dag dat OR en personeel van het besluit op de hoogte zijn gesteld. Het standpunt van de OR dat daarvan pas een paar weken later sprake was wordt niet overgenomen. Daardoor is de OR te laat met het aantekenen van beroep en wordt beroep door de OK niet ontvankelijk verklaard.
 
Wat zegt de WOR?
Artikel 25 bevat in het zesde lid alle bepalingen die op het beroep van de OR van kracht zijn. De opschortingstermijn van het besluit van de bestuurder duurt tot één maand na de dag dat de OR van het definitieve besluit van de bestuurder in kennis is gesteld. Gedurende die maand heeft de OR de gelegenheid om bezwaar aan te tekenen bij de Ondernemingskamer. Natuurlijk mag de OR ook afzien van de opschortingstermijn en kan dat aan de bestuurder laten weten.
Het is voor de OR van belang om met de bestuurder een duidelijke adviesprocedure te doorlopen. Op die manier kan het om de inhoud gaan en ontstaan er geen conflicten over de spelregels.
 
Zelf de uitspraak van de Ondernemingskamer lezen? Klik hier